Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Beste [verzoeker],
De bewuste week van haar werk beëindiging was [verzoeker] alles zat en zei tegen mij dat ze eigenlijk liever in de Horeca werkte of op een boot en dat ze er niet langer tegen kon. Ze stond herhaaldelijk in tranen in de zaak en riep mij dan weer. Ze heeft zelfs de zaak dicht gegooid en zat achter in het warenhuis in tranen en zei: ‘Ik kan het niet meer’.