Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE BEOORDELING
voor zover dit redelijk is, diens schade dient te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
A en C, gehuwd in gemeenschap van goederen, woonden vanaf augustus 2008 in een woning van B. Het echtpaar investeerde in reparaties en aanpassingen aan deze woning. Na hun echtscheiding in juli 2011 verliet A de woning en vordert nu de helft van de investering als schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking van B.
B stelt dat het echtpaar de woning om niet bewoonde en dat de huurwaarde van de woning hoger is dan de investering. A kan dit niet onderbouwen met betalingsbewijzen of een exacte berekening van de huurwaarde die zij betaalden. Het gerecht stelt vast dat het echtpaar inderdaad zonder huur te betalen in de woning verbleef.
Gezien het feit dat de huurwaarde over de periode van bewoning de investering overstijgt, acht het gerecht het niet redelijk dat B de helft van de investering aan A vergoedt. Daarom worden de vorderingen van A afgewezen en wordt A veroordeeld in de proceskosten van B.
Uitkomst: De vordering van A wegens ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen en A wordt veroordeeld in de proceskosten.