ECLI:NL:OGEAA:2015:217
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling van schuld en kostenvergoeding na geldige cessie tussen Unipa en Arubabank
In deze civiele zaak vordert A betaling van een restant-schuld en gemaakte advocaatkosten van Unipa, gebaseerd op een subrogatieovereenkomst waarbij A de rechten van Arubabank op Unipa heeft overgenomen. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de cessie van een toekomstige vordering op Divi Golf Aruba N.V. en de vraag of Unipa gehouden is tot vergoeding van inningkosten.
Unipa betwist de geldigheid van de cessie vanwege onvoldoende bepaling van de vordering op het moment van cessie en het ontbreken van mededeling aan Divi. Het gerecht oordeelt echter dat de cessie geldig is, mede omdat Unipa partij was bij de cessie en zich niet kan beroepen op het ontbreken van mededeling. Tevens is vastgesteld dat Arubabank en daarmee A het recht had om inningkosten bij Unipa in rekening te brengen.
De rechtbank wijst de vordering van A toe tot betaling van de resterende schuld van Afl. 4.923,97 en de inningkosten van Afl. 4.264,27, met rente van 9,25% vanaf 22 augustus 2012. De door Unipa ingestelde reconventie wordt afgewezen. Unipa wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de kosten in reconventie nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: Unipa wordt veroordeeld tot betaling van de resterende schuld met rente en inningkosten aan A; reconventie wordt afgewezen.