Belanghebbende, exploitant van een hotelresort in Aruba, betwist de door de Inspecteur vastgestelde heffingsgrondslag voor de aanslag grondbelasting 2012. De Inspecteur stelde de grondslag vast op Afl. 159.010.300,-, terwijl belanghebbende een lagere waarde van Afl. 145.348.000,- aanvoert, onderbouwd met een taxatierapport van een gespecialiseerd taxatiebureau.
De Inspecteur heeft pas tijdens de r.c.-zitting op 5 juni 2015 een schriftelijke onderbouwing en taxatierapport overgelegd, welke het Gerecht als te laat (tardief) beoordeelde. Belanghebbende kon deze stukken niet tijdig inzien, wat het proces nadelig beïnvloedde. Het Gerecht achtte de door belanghebbende overgelegde waardering betrouwbaar en passend voor het bepalen van de waarde in het economisch verkeer.
Gelet op de geringe relatieve afwijking van 8,6% tussen de waarden en het feit dat taxaties altijd een schatting betreffen, concludeerde het Gerecht dat belanghebbende voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door haar verdedigde waarde juist is. De Inspecteur slaagde er niet in zijn hogere grondslag aannemelijk te maken.
Het beroep wordt gegrond verklaard, de heffingsgrondslag verlaagd tot Afl. 145.348.000,- en het te betalen bedrag aan grondbelasting voor 2012 aangepast naar Afl. 581.152,-. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.