ECLI:NL:OGEAA:2015:278

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
26 augustus 2015
Publicatiedatum
11 september 2015
Zaaknummer
A.R. 110 van 2014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering eigendom auto wegens onvoldoende bewijs

Eiseres vordert de eigendom van een auto, stellende dat deze aan haar is verkocht en geleverd. Zij heeft geprobeerd dit te bewijzen door middel van getuigenverklaringen, waaronder die van de verkoper.

De verkoper verklaarde dat hij de auto aan eiseres had verkocht, maar het feitelijke handelen op de dag van verkoop wijst niet eenduidig in die richting. De koopovereenkomst is op naam van gedaagde gezet, die ook de betaling deed, de auto meenam en voor de verzekering zorgde. Eiseres heeft volgens de getuige nooit aangegeven de auto te willen kopen.

Hoewel eiseres en gedaagde een affectieve relatie hadden en eiseres de auto heeft bekeken, is het bewijs onvoldoende om het bewijsrisico weg te nemen. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.

Uitkomst: De vordering tot eigendom van de auto wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Vonnis van 26 augustus 2015
Behorend bij A.R. 110 van 2014
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
Eiseres,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Eiseres,
procederend in persoon,
tegen:
Gedaagde,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Gedaagde,
gemachtigde: de advocaat mr. V.A.V. Carlo.

1.DE PROCEDURE

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 november 2014;
- de conclusie na enquête van Eiseres;
- de conclusie van antwoord na enquête van Gedaagde.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Bij tussenvonnis is Eiseres toegelaten door middel van getuigen te bewijzen dat de auto aan haar is verkocht en geleverd.
2.2
Eiseres heeft de verkoper doen horen.
2.3
Het gerecht acht de verklaring van de verkoper, mede in het licht van de al overgelegde schriftelijke stukken, niet voldoende overtuigend om tot het oordeel te komen dat Eiseres en niet Gedaagde de auto heeft gekocht. Weliswaar verklaart de getuige nu dat hij meent de auto aan Eiseres te hebben verkocht maar het feitelijk handelen die dag wijst niet eenduidig in die richting. Zo is de schriftelijke afhandeling van de verkoop geheel met Gedaagde gedaan. Op zijn naam is die dag ook de koopovereenkomst gezet. Het was Gedaagde die bij de getuige thuis is langsgegaan om, nadat Eiseres de auto had gezien, de auto te betalen en mee te nemen. De getuige zegt letterlijk:
Dezelfde namiddag kwam Gedaagde bij mij thuis en zei dat hij de auto ging kopen.Bij die gelegenheid heeft Gedaagde aan de getuige ook de koopsom overhandigd. De getuige heeft aan Gedaagde de benodigde papieren meegegeven om voor de wijziging van de tenaamstelling van het kenteken te zorgen. Door Gedaagde is het kenteken dat op deze auto betrekking heeft op zijn naam gezet en hij heeft voor verzekering van de auto gezorgd. Dat, naar het gerecht aanneemt, allemaal omdat de koopovereenkomst op dat moment op zijn naam stond. Op geen enkel moment heeft Eiseres volgens de getuige gezegd dat zij de auto van hem wilde kopen. De getuige heeft verklaard nog wat van de koopprijs te hebben afgedaan in verband met zijn vriendschappelijke relatie met Gedaagde. Hij kan niet bevestigen dat hij datzelfde zou hebben gedaan als hij de auto (los van de huidige omstandigheden) aan Eiseres zou hebben verkocht.
Het is op zich niet ongerijmd dat Eiseres de auto wel bekeken heeft voordat die werd aangekocht. Eiseres en Gedaagde hadden immers een affectieve relatie en Gedaagde heeft verklaard dat Eiseres de auto zou gaan gebruiken omdat hijzelf toch een pick-up had.
2.4
Alles bijeengenomen slaat de balans in dit geval door naar Gedaagde. Aan Eiseres kan worden toegegeven dat een deel van diens elektronisch berichtenverkeer aan Eiseres en een derde als die berichten door Gedaagde inderdaad allemaal zijn verstuurd ook in een andere richting kan duiden maar deze aanwijzingen zijn toch niet voldoende sterk om het bewijsrisico waarmee Eiseres nu eenmaal volgens de wet wordt belast, weg te nemen.
2.5
De vordering zal dus worden afgewezen. Als de in het ongelijk te stellen partij zal Eiseres de proceskosten van Gedaagde moeten vergoeden.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Eiseres in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Gedaagde worden begroot op Afl. 2.600, aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 26 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.