ECLI:NL:OGEAA:2015:432

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 oktober 2015
Publicatiedatum
2 november 2015
Zaaknummer
A.R. no. 3082 van 2011
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bewijslast en bewijslevering inzake beëindigingsovereenkomst tussen partijen

In deze civiele procedure tussen X als eiseres en Y als gedaagde stond de bewijslast centraal omtrent de vraag of Z gemachtigd was om namens X een beëindigingsovereenkomst aan te gaan. Na een tussenvonnis en een tussentijds hoger beroep, waarbij het hof het vonnis vernietigde en de zaak terugverwees, werd de bewijslast expliciet bij Y gelegd.

Het gerecht in eerste aanleg van Aruba heeft Y vervolgens in de gelegenheid gesteld om dit bewijs te leveren. Daarbij is een procedure vastgesteld voor het leveren van bewijs, waaronder de mogelijkheid tot getuigenverhoor op een nader te bepalen datum, en de verplichting om bewijsstukken tijdig te overleggen.

De rechter bepaalde tevens dat indien Y niet kan verschijnen op de geplande datum, hij binnen twee weken schriftelijk een verzoek tot wijziging kan indienen. Ook is geregeld dat indien Y het bewijs niet via getuigen wil leveren, maar via andere middelen, dit schriftelijk moet worden gemeld zodat het getuigenverhoor kan worden geschrapt.

Deze procedurele regeling is bedoeld om een ordentelijke bewijslevering te waarborgen en verdere beslissingen aan te houden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.

Uitkomst: Y wordt in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat Z gemachtigd was om namens X de beëindigingsovereenkomst aan te gaan, met nadere procedurele bepalingen voor bewijslevering.

Uitspraak

Vonnis van 21 oktober 2015
Behorend bij A.R. no. 3082 van 2011
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
X,
wonende te Aruba,
EISERES,
nader te noemen: X,
gemachtigde: mr. O.R. van Trikt,
tegen
Y,
wonende te Aruba,
GEDAAGDE,
nader te noemen: Y,
gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.

1.DE VERDERE PROCEDURE

Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis d.d. 9 januari 2013. Tegen dit tussenvonnis werd – na verkregen verlof – tussentijds appel ingesteld. Het Gemeenschappelijk hof van Justitie heeft hierop bij uitspraak van 16 september 2014 beslist, het vonnis waarvan beroep vernietigd en de zaak voor verdere behandeling terugverwezen naar het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, met veroordeling van Y in de kosten van het hoger beroep.
Het vonnis van dit gerecht werd vervolgens nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

In zijn uitspraak van 16 september 2014 heeft het hof geoordeeld dat de bewijslast van de stelling dat Z gemachtigd was om de beëindigingsovereenkomst namens X aan te gaan, op Y rust. Het gerecht zal Y derhalve in de gelegenheid stellen zulks te bewijzen. In afwachting hiervan zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende:
Stelt Y in de gelegenheid te bewijzen dat Z gemachtigd was om de beëindigingsovereenkomst namens X aan te gaan;
Bepaalt dat, indien Y het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op
16 november 2015 van 14.00 tot 16.00 uurin het gerechtsgebouw te Aruba;
Bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan het gerecht om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van beide partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum;
Bepaalt dat Y, indien hij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar wel door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel, hij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de het gerecht en aan de wederpartij moet opgeven; in dat geval zal het getuigenverhoor geen doorgang vinden en zal de zaak naar een nader te bepalen rolzitting worden verwezen voor het nemen van een akte met dit doel door Y;
Bepaalt dat, indien Y het bewijs door middel van getuigen en door overlegging van bewijsstukken en/of door een ander bewijsmiddel wil leveren, Y uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan het gerecht en de gemachtigde van X moet toesturen;
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.