ECLI:NL:OGEAA:2015:453

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
27 oktober 2015
Publicatiedatum
2 november 2015
Zaaknummer
EJ nr. 1045 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1614q BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging arbeidsovereenkomst en betaling achterstallig loon en cessantia-uitkering

A heeft de arbeidsovereenkomst met de stichting opgezegd per 31 mei 2015 wegens niet-betaling van loon over de maanden februari tot en met mei 2015. De stichting heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen. De rechter stelt vast dat het loon niet is betaald en wijst de betaling van AWG 4.400,- aan achterstallig loon toe, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente vanaf 11 maart 2015.

Daarnaast wordt de cessantia-uitkering van AWG 1.523,- toegewezen, eveneens vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 april 2015, de dag waarop de stichting in verzuim raakte. De vordering tot verklaring dat de opzegging kennelijk onredelijk was en de daarbij gevorderde schadevergoeding worden afgewezen omdat A zelf heeft opgezegd.

De stichting wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op AWG 1.153,40. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking is op 27 oktober 2015 in het openbaar uitgesproken door rechter Y.M. Vanwersch.

Uitkomst: De stichting wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, cessantia-uitkering met rente en proceskosten aan A.

Uitspraak

Beschikking d.d. 27 oktober 2015
Behorend bij EJ nr. 1045 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
A,
wonende te Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: A,
gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson,
tegen:
STICHTING DESAROYO EDUCATIVO COMUNITARIO,
gevestigd te Morgenster 8 in Aruba,
VERWEERSTER, hierna: de stichting,
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met productie, ingediend op 18 mei 2015 en het exploot van betekening d.d. 7 september 2015, waarbij de stichting is opgeroepen om op 15 september 2015 een verweerschrift in te dienen. De stichting heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren.
1.2
De beschikking is bepaald op heden.

2.HET VERZOEK

Het verzoek strekt ertoe om bij beschikking:
- voor recht te verklaren dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze op 31 mei
2015 is beëindigd en dat de opzegging kennelijk onredelijk is;
- de stichting te veroordelen om het achterstallig loon over de maanden februari tot en
met mei 2015 aan A uit te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging
ex artikel 7A;1614q BW en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid;
- de stichting te veroordelen om de cessantia-uitkering aan A te betalen,
vermeerderd met de wettelijke rente;
- de stichting te veroordelen aan A schadevergoeding naar billijkheid toe te
kennen;
- de stichting in de kosten van deze procedure te veroordelen.

3.DE BEOORDELING

3.1
A stelt onweersproken dat, na door de stichting verkregen ontslagvergunning, het loon over de maanden februari tot en met mei 2015 niet is betaald. A voelde zich hierdoor genoodzaakt de arbeidsovereenkomst op te zeggen tegen 1 juni 2015. Uit de overgelegde stukken volgt dat het netto maandloon AWG 1.100,00 bruto bedroeg. Aldus wordt een bedrag van AWG 4.400,00 toegewezen, zijnde het loon over de maanden februari tot en met mei 2015, vermeerderd met de wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente vanaf 11 maart 2015 tot de dag der voldoening.
3.2
De gevorderde verklaring voor recht dat de opzegging onregelmatig is wordt afgewezen wegens een rechtens te respecteren belang en tevens omdat A zelf opgezegd heeft.
3.3
De cessantia-uitkering ad AWG 1.523,00 ( AWG 1.100,00 x 3 : 13 = weekloon ad AWG 253,84) is eveneens toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2015, zijnde de dag waarop de stichting in verzuim raakte, tot de dag der voldoening.
3.4
Wat betreft de stelling van A dat het ontslag kennelijk onredelijk is wordt als volgt overwogen. Nu A het dienstverband zelf heeft opgezegd, kan er geen sprake zijn van een kennelijk onredelijk ontslag. De gevorderde verklaring voor recht en vergoeding worden om deze reden afgewezen.
3.5
De stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op AWG 50,- griffierecht, op AWG 203,40 aan explootkosten en op AWG 900,- aan salaris van gemachtigde.
4.DE BESLISSING
De rechter:
4.1
veroordeelt de stichting om aan A te betalen het bedrag van AWG 4.400,00 aan achterstallig loon over de maanden februari tot en met mei 2015, vermeerderd met de wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente vanaf 11 maart 2015 tot de dag der voldoening;
4.2
veroordeeld de stichting aan A te betalen de cessantia-uitkering ad AWG 1.523,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2015 tot de dag der voldoening;
4.3
veroordeelt de stichting in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van A wordt begroot op AWG 50,00 aan griffierecht, AWG 203,40 aan explootkosten en AWG 900,00 aan salaris van de gemachtigde;
4.4
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 27 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.