ECLI:NL:OGEAA:2015:507

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
17 november 2015
Publicatiedatum
26 november 2015
Zaaknummer
E.J. 3208 van 2014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 118 RvArt. 3:308 BWA
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling achterstallig loon aan verzoekster door FDEC

Verzoekster heeft een loonvordering ingediend tegen de stichting FDEC wegens niet betaalde salarissen en vakantiebijslag. Na gelegenheid tot nadere onderbouwing heeft verzoekster een overzicht overgelegd van het maandelijks te weinig ontvangen salaris sinds 2007.

FDEC heeft geen tegenbewijs geleverd ondanks uitstel. Het gerecht stelt vast dat de loonvordering verjaard is voor perioden vóór 27 oktober 2009, omdat de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt. De vordering wordt daarom toegewezen voor de periode van 27 oktober 2009 tot en met 31 augustus 2014, wat neerkomt op een bruto bedrag van Afl. 29.260,00.

De vordering voor vakantiegeld over de jaren 2002-2004 is verjaard en wordt afgewezen. FDEC wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon en de griffierechten van verzoekster. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: FDEC wordt veroordeeld tot betaling van bruto Afl. 29.260,00 achterstallig loon en griffierechten.

Uitspraak

Beschikking van 17 november 2015
Behorend bij E.J. 3208 van 2014
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoekster]
wonende te Aruba,
verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster],
procederend in persoon,
tegen:
de stichting
FUNDACION DESAROYO EDUCATIVO COMUNITARIO (FDEC),
gevestigd te Aruba,
verweerster, hierna ook te noemen: FDEC,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.

1.DE VERDERE PROCEDURE

Het verloop van de verdere procedure blijkt uit:
- de akte aan de zijde van [verzoekster].
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Bij beschikking van 23 juni 2015 is aan [verzoekster] gelegenheid geboden om haar loonvordering nader te onderbouwen. [Verzoekster] heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en heeft op de EJ-rol van 25 augustus 2015 nadere stukken overgelegd, waaronder een overzicht van het sinds 2007 maandelijks te weinig ontvangen salaris en de te weinig ontvangen vakantiebijslag.
2.2.
FDEC is in de gelegenheid gesteld een contra- akte te nemen, doch heeft dit – nadat ambtshave uitstel is verleend - niet gedaan. Nader uitstel is niet meer verleend.
2.3
Ingevolge artikel 118 Rv Pro wijst het gerecht [verzoekster] erop dat de verjaring van haar loonvordering is gestuit op 27 oktober 2014. Nu de verjaringstermijn ex artikel 3:308 BWA Pro vijf jaar bedraagt, is de vordering die betrekking heeft op de periode vóór 27 oktober 2009 verjaard. Toewijsbaar is derhalve het achterstallig salaris over de periode 27 oktober 2009 tot en met 31 augustus 2014. Uitgaande van het niet weerspoken overzicht zoals overlegd bij akte, komt dit neer op een bedrag ad Afl. 29.260,00 bruto.
2.4
De vordering die betrekking heeft op vakantiegeld over de jaren 2002, 2003 en 2004 is eveneens verjaard.
2.5
Nu FDEC grotendeels in het ongelijk is gesteld, wordt zij in de kosten veroordeeld, bestaande uit het betaalde griffierecht, nu [verzoekster] in persoon procedeerde.

5.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
5.1
veroordeelt FDEC te betalen aan [verzoekster] het netto equivalent van een bedrag ad
Afl. 29.260,00 bruto, zijnde het achterstallig salaris over de periode 27 oktober 2009 tot en met 31 augustus 2014;
5.2
veroordeelt FDEC in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verzoekster] begroot op Afl. 450,00 griffierechten;
5.3
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 17 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.