ECLI:NL:OGEAA:2015:546
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hotelvergunning wegens ontbreken beschikking over lokaliteit
Appellante heeft bij beschikking van 25 maart 2014 een afwijzing ontvangen op haar aanvraag voor een hotelvergunning voor uitbreiding met 200 kamers. Na een ongegrond verklaard bezwaar werd beroep ingesteld bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
De kern van het geschil is dat appellante niet beschikt over de gronden waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, wat een vereiste is volgens artikel 28 van Pro de Vergunningsverordening. De vraag of het Land Aruba ten onrechte heeft geweigerd de domeingronden in erfpacht uit te geven, valt buiten de bestuursrechtelijke procedure en dient via de burgerlijke rechter te worden opgelost.
Appellante voerde aan dat een eerdere voorwaardelijke toezegging tot vergunningverlening van 2009 bindend zou zijn, maar het Gerecht oordeelde dat deze toezegging niet gelijkstaat aan daadwerkelijke verlening en bovendien onder voorbehoud stond dat aan de wettelijke eisen voldaan moet zijn.
Het beroep is ongegrond verklaard omdat de vergunning niet kan worden verleend zonder dat aan de dwingende voorwaarden van de Vergunningsverordening wordt voldaan, waaronder het beschikken over de lokaliteit. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens omdat de toezegging niet onvoorwaardelijk was en niet kan leiden tot vergunningverlening in strijd met de wet.
De uitspraak werd gedaan op 9 november 2015 door rechter W.C.E. Winfield. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de hotelvergunning wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van de beschikking over de benodigde lokaliteit.