ECLI:NL:OGEAA:2015:556
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek schorsing bestuurlijke boete op grond van Ltuv en EVRM
Verzoeker heeft een bestuurlijke boete van Afl. 2083,33 opgelegd gekregen wegens overtreding van artikel 23, vierde lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (Ltuv). Hij maakte bezwaar en verzocht het gerecht om schorsing van deze beschikking.
De Ltuv sluit in artikel 29, vierde lid, de mogelijkheid tot het treffen van voorlopige voorzieningen bij bestuurlijke boetes uit. Dit is bedoeld om het lik-op-stukbeleid niet te ondermijnen. Het gerecht onderzoekt of deze uitsluiting in strijd is met de onschuldpresumptie uit artikel 6, tweede lid, EVRM.
Het gerecht oordeelt dat de onschuldpresumptie niet uitsluit dat boetes direct worden uitgevoerd, mits dit binnen redelijke grenzen blijft en er een evenwicht is tussen belangen. Indien betaling tot grote financiële lasten leidt en herstel na beroep niet adequaat is, kan schorsing worden toegestaan. In deze zaak is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat betaling tot zulke lasten leidt.
Daarom verklaart het gerecht zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot schorsing en laat artikel 29, vierde lid, Ltuv buiten toepassing. De boete blijft dus onverminderd verschuldigd totdat in de bodemprocedure anders wordt beslist.
Uitkomst: Gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot schorsing van de bestuurlijke boete.