ECLI:NL:OGEAA:2015:562

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
AR no. 527 van 2013
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 678 lid 1 WvRvArt. 678 lid 2 WvRvArt. 678 lid 3 WvRv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve doorhaling zaak verdeling huwelijksgemeenschap wegens ontbreken noodzakelijke informatie

In deze zaak voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba vordert de man de verdeling van de huwelijksgemeenschap met de vrouw. Tijdens de comparitie van partijen op 17 september 2014 zijn concrete afspraken gemaakt om tot een verdeling te komen. Echter hebben partijen nagelaten de noodzakelijke informatie te verstrekken die vereist is voor een rechtvaardige verdeling.

Het gerecht heeft partijen geadviseerd zich te wenden tot de bij beschikking benoemde boedelnotaris, die de verdeling moet vaststellen en, indien nodig, een onzijdige persoon inschakelt om de niet meewerkende partij te vertegenwoordigen. Indien de boedelnotaris er niet in slaagt partijen te verenigen, kan de meest gerede partij de rechter verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen.

Gezien het ontbreken van de benodigde informatie en het niet kunnen vaststellen van de verdeling, heeft de rechter de zaak ambtshalve doorgehaald op de rol. De beslissing is op 9 december 2015 in het openbaar uitgesproken door rechter Y.M. Vanwersch.

Uitkomst: De zaak wordt ambtshalve doorgehaald wegens het ontbreken van noodzakelijke informatie voor de verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Uitspraak

Vonnis van 9 december 2015
Behorend bij AR no. 527 van 2013
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
E*,
wonende in Aruba,
verzoeker,
hierna ook te noemen: de man,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:
G*,
wonende in Aruba,
verweerster,
hierna ook te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. M.H.J. Kock.

1.De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 juli 2014;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 17 september 2014;
- de aanvulling op dit proces-verbaal d.d. 23 september 2014;
- de mondelinge uitlating aan de zijde van de man op de rol van 28 oktober 2015.
De zaak staat thans opnieuw voor vonnis.

2.De verdere beoordeling

2.1
Ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 17 september 2014 hebben partijen concrete afspraken gemaakt met betrekking tot de te nemen stappen, teneinde tot een verdeling te geraken. Op 28 oktober 2015 heeft De man mondeling op de rol verzocht vonnis te wijzen.
2.2
Nu partijen de afgesproken en om tot een rechtvaardige verdeling te geraken noodzakelijke informatie niet hebben verstrekt, is het niet mogelijk de verdeling vast te stellen. Het komt het gerecht geraden voor dat partijen zich tot de bij beschikking van 3 oktober 2011 benoemde boedelnotaris mr. M.J.M. Tromp wenden, teneinde de verdeling te laten vast stellen. Hierbij zal de persoon die niet wenst mee te werken vertegenwoordigd worden door eveneens bij beschikking van 3 oktober 2011 benoemde onzijdige persoon mr. C.E. Milliard, ambtenaar.
2.3
Indien het de boedelnotaris niet lukt om partijen te verenigen, constateert hij dit in een proces-verbaal, waarin hij desgewenst aangeeft op welke punten partijen wel overeenstemming hebben en op welke punten niet artikel (artikel 678 lid 1 WvRv Pro). De meest gerede partij kan daarna zo nodig op grond van artikel 678 lid 2 WvRv Pro de rechter verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen teneinde verdeling alsnog te gelasten. Het gerecht verzoekt partijen tevens nota te nemen van het bepaalde in artikel 678 lid 3 WvRv Pro.
2.4
De zaak wordt gelet op het voorgaande thans ambtshalve doorgehaald op de rol.
3 De beslissing
De rechter in dit gerecht, recht doende,
3.1
haalt de zaak ambtshalve door.
Deze beslissing is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en op woensdag 9 december 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.