ECLI:NL:OGEAA:2015:569

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
2 december 2015
Publicatiedatum
21 december 2015
Zaaknummer
K.G. 2409 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering inzage bescheiden in kort geding over aandelenovereenkomst

Gallow Corporation vordert in kort geding dat Island Homes N.V. binnen vijf dagen alle bescheiden overlegt die een regeling tussen IH en TdS weergeven, omdat zij vermoedt dat deze regeling haar belangen schaadt. De vordering is gebaseerd op artikel 843a Rv, dat inzage in bescheiden mogelijk maakt bij een rechtmatig belang.

Het gerecht stelt vast dat Gallow een rechtmatig belang heeft vanwege haar investering in IH, maar dat zij onvoldoende feiten heeft gesteld die het bestaan van een schriftelijke overeenkomst tussen TdS en IH onderbouwen. De proceshouding van IH sluit het bestaan van een overeenkomst niet uit, maar dit is onvoldoende voor toewijzing.

De rechter kwalificeert de vordering als een 'fishing expedition' en wijst deze af. Gallow wordt veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op Afl. 1.800,00. Het vonnis is gewezen door rechter Y.M. Vanwersch op 2 december 2015.

Uitkomst: De vordering tot inzage in bescheiden wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 2 december 2015
Behorend bij K.G. 2409 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
GALLOW CORPORATION N.V.
gevestigd te Aruba,
eiseres, hierna ook te noemen: Gallow,
gemachtigde: de advocaat mr. D. Kock,
tegen:
de naamloze vennootschap
ISLAND HOMES N.V.
gevestigd te Aruba,
hierna ook te noemen: IH,
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 oktober 2015;
- de brief van 9 november 2015 met producties aan de zijde van IH;
- de pleitnota aan de zijde van IH;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 10 november 2015.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Tussen Gallow en EAB Holdings Inc is op 3 juli 2012 een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de aandelen in IH tegen een koopsom van
US$ 1.000.000,00, te betalen in termijnen van verschillende bedragen.
2.2
Op 8 september 2008 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen IH, [bedrijfl] (hierna TdS) en ADA Acquisitions N.V., op grond waarvan IH de rechten, titels en belangen heeft verkregen met betrekking tot het recht van erfpacht op een perceel bekend als Catalina, gelegen in het TdS-project, inclusief de rechten om daarop woonunits te bouwen en te verkopen.
2.3
Ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst tussen Gallow en IH verkeerde TdS in zwaar weer en waren IH en TdS verwikkeld in diverse juridische kwesties. Dit is tot uitdrukking gebracht in de derde ‘whereas’ in de koopovereenkomst tussen partijen.
2.4
Naar aanleiding van een kort geding vonnis van 30 april 2014, gewezen tussen TdS en onder meer Gallow respectievelijke hoger beroep procedures, zijn deze partijen met elkaar in onderhandeling getreden teneinde een oplossing te bereiken voor de diverse juridische kwesties.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Gallow vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, IH binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis alle bescheiden aan Gallow over te leggen die de regeling met TdS weergeven cq daarmee verband houden, zulks op straffe van een dwangsom van
Afl. 100.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat IH in gebreke blijft hieraan te voldoen, met veroordeling van IH in de kosten van de procedure.
3.2
Aan deze vordering legt Gallow - samengevat - het volgende ten grondslag.
Het is Gallow recentelijk ter ore gekomen dat TdS en IH een regeling zouden hebben gesloten, waarbij een betaling door TdS zou zijn gedaan (in de vorm van geld of andere percelen) aan IH dan wel een door IH aan te wijzen derde, waartegenover IH afstand zou moeten doen van de overeenkomst met betrekking tot de ontwikkelingsrechten met TdS. Een dergelijke overeenkomst is Paulianeus cq onrechtmatig omdat de belangen van Gallow geschaad worden. Gallow heeft er dan ook belang bij om te weten wat TdS en IH hebben afgesproken.
3.3
IH voert gemotiveerd verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt.

4.DE BEOORDELING

4.1
Voorop wordt gesteld dat een vordering in kort geding slechts toewijsbaar is, indien met voldoende mate van zekerheid geoordeeld kan worden dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen.
4.2
De kern van het geschil is de vraag of Gallow ingevolge het bepaalde in artikel 843a Rv, recht heeft op inzage in bescheiden, die te maken hebben met een door haar gestelde overeenkomst tussen TdS en IH. In artikel 843a Rv is bepaald dat hij die daarbij een rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel van
bepaaldebescheiden of andere gegevensdragers kan vorderen, aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden of andere gegevensdragers te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft. Indien IH dit rechtmatige belang heeft kan zij derhalve zowel IH als TdS aanspreken.
4.3
Voorop wordt gesteld dat Gallow een rechtmatig belang heeft om te weten wat TdS en IH met elkaar overeenkomen, nu zij een aanzienlijk bedrag heeft geïnvesteerd teneinde de aandelen in IH in handen te krijgen. Niet uit te sluiten is dat een tussen TdS en IH gesloten of nog te sluiten overeenkomst van invloed zal zijn op de waarde van deze aandelen en de vanuit IH te ontplooien activiteiten, waaronder het ontwikkelen van woonunits in Catalina.
4.4
De stelling van Gallow dat TdS en IH een overeenkomst hebben gesloten heeft de gemachtigde van IH ontkend noch bevestigd. Naar het oordeel van het gerecht sluit deze processuele houding het bestaan van een overeenkomst op zich zelf niet uit, doch dit enkele feit is voor toewijzing van het gevorderde onvoldoende. Voor toewijzing is noodzakelijk dat het gaat om
bepaaldebescheiden. Het lag dan ook op de weg van Gallow om
concreetaan te geven dat de pretense overeenkomst op schrift is gesteld, wanneer deze is ondertekend en wie de partijen waren dan wel dat er andere documenten zijn, zoals (e-mail) correspondentie waaruit het bestaan van overeenstemming volgt. Nu Gallow op dit punt geen dan wel onvoldoende feiten heeft gesteld, dient de onderhavige vordering aangemerkt te worden als een fishing expedition, die niet voor toewijzing vatbaar is.
4.5
Uit het voorgaande volgt dat de vordering afgewezen wordt.
4.6
Nu Gallow in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij in de kosten van de procedure veroordeeld.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
5.1
wijst het gevorderde af;
5.2
veroordeelt Gallow in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van IH worden begroot op Afl. 1.800,00 aan salaris van de gemachtigde;
Dit vonnis is gewezen door mr.Y.M. Vanwersch rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 december 2015 in aanwezigheid van de griffier.