Uitspraak
CARIBBEAN MERCANTILE BANK N.V., in Aruba,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De Caribbean Mercantile Bank N.V. vordert betaling van een hoofdsom van Afl. 15.029,17 en contractuele rente van 10%, gebaseerd op een betalingsregeling uit 2011 waarin echter wettelijke rente was opgenomen.
De bank stelt dat de contractuele rente van 10% bedoeld was, maar dit blijkt niet uit de betalingsregeling. De rechtbank oordeelt dat de bank niet mag afwijken van de schriftelijke overeenkomst en dat er geen vertrouwen mocht worden ontleend aan een andere rente dan de wettelijke.
De rechtbank wijst de vordering tot contractuele rente af, veroordeelt A tot betaling van de hoofdsom en de wettelijke rente vanaf het moment van verzuim. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De proceskosten worden toegerekend aan A, begroot op Afl. 1.718,00. Het vonnis is gewezen door rechter J.J. Verhoeven en uitgesproken op 3 juni 2015.
Uitkomst: A wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en wettelijke rente vanaf verzuim, contractuele rente wordt afgewezen.