De vrouw en de man hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarig kind is geboren. Na beëindiging van de relatie verzoekt de vrouw de man om een maandelijkse bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind en om een voorschot te betalen voor achterstallige hypotheekaflossingen, persoonlijke lening, brandverzekering en opvangkosten.
De rechtbank stelt vast dat de behoefte van het kind maandelijks Afl. 855,- bedraagt, inclusief opvangkosten. Gezien het inkomen en de lasten van de man wordt zijn draagkracht vastgesteld op Afl. 4.316,- netto per maand, waarmee hij in staat is de volledige behoefte van het kind te voldoen. De vrouw heeft geen draagkracht om bij te dragen.
De man wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 650,- per maand aan de Voogdijraad als voorlopige bijdrage. Tevens wordt hem een voorschot van Afl. 9.950,- toegewezen voor de achterstallige schulden die de vrouw heeft voldaan. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familiekwestie. Verder gevorderde verzoeken worden afgewezen.