Uitspraak
HET LAND ARUBA,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vordert de eiseres, een naamloze vennootschap te Aruba, betaling van een openstaande factuur van ruim Afl. 317.000,- die het Land Aruba nog niet heeft voldaan. De factuur betreft geleverde goederen en diensten in 2013. Partijen hadden afgesproken dat bij goedkeuring van de begroting 2014 betaling zou plaatsvinden, maar deze goedkeuring was eind maart 2014 nog niet afgerond.
Om schade te beperken, heeft eiseres een factorovereenkomst gesloten met Factor Plus waarbij de vordering is overgenomen, met een voorschot van 80% en een resterend bedrag na betaling door het Land. Het Land erkent de hoofdsom, maar voert verweer tegen de gevorderde schadevergoeding die bestaat uit een factorloon van ruim Afl. 22.000,-.
Het gerecht wijst de hoofdsom en de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 toe, maar wijst de schadevergoeding op grond van het factorloon af omdat volgens Boek 6 artikel 119 BW Pro alleen wettelijke rente verschuldigd is bij verzuim. De gevorderde dwangsom wordt eveneens afgewezen. Het Land wordt veroordeeld tot betaling binnen 8 dagen na betekening en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur met wettelijke rente en de proceskosten, terwijl de schadevergoeding en dwangsom worden afgewezen.