ECLI:NL:OGEAA:2016:148

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
8 maart 2016
Publicatiedatum
16 maart 2016
Zaaknummer
E.J. no. 1163 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 BWArt. 5 lid 2 Huurcommissieverordening ArubaArt. 12 lid 4 Huurcommissieverordening Aruba
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen opzegging huurovereenkomst wegens eigen gebruik

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beschikking van de huurcommissie waarin geïntimeerde toestemming kreeg om de huurovereenkomst op te zeggen wegens eigen gebruik van de woontrailer.

De procedure omvatte schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling waarbij beide partijen verschenen en hun standpunten toelichtten. Geïntimeerde voerde primair aan dat appellant niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het beroep niet tijdig was ingesteld.

Het Gerecht stelde vast dat de beschikking door geïntimeerde aangetekend was verzonden, maar appellant deze niet had opgehaald ondanks kennisgeving door Post N.V. Hierdoor werd de beschikking geacht te zijn ontvangen op of kort na 17 februari 2015.

Omdat appellant het beroep pas op 29 mei 2015 had ingesteld, was dit niet binnen de vereiste termijn van 14 dagen na ontvangst. Er waren geen verschoningsgronden voor deze termijnoverschrijding. Daarom werd appellant niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de kosten, die nihil werden begroot omdat geïntimeerde geen professionele rechtsbijstand had.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig instellen van het beroep.

Uitspraak

Beschikking van 8 maart 2016
Behorend bij E.J. no. 1163 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
[appellant],
wonende in Aruba,
appellant,
hierna ook te noemen: [appellant],
gemachtigde: de advocaat mr. M.G.A. Baiz,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende in Aruba,
geïntimeerde,
hierna ook te noemen: [geïntimeerde],
procederende in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak op 26 januari 2016.
1.2
Uit die aantekeningen blijkt dat [appellant] ter zitting is verschenen samen met zijn gemachtigde. [geïntimeerde] is in persoon ter zitting verschenen. [appellant] heeft ter zitting gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift van [geïntimeerde], zulks onder overlegging van een pleitnota. Vervolgens heeft [geïntimeerde] gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om nog te reageren op voormelde reactie van [appellant].
1.3
Beschikking is bepaald op heden.

2.HET BEROEP

2.1
Bij beschikking van de huurcommissie van 8 december 2014, met kenmerk [nummer] (hierna: de beschikking), is aan [geïntimeerde] toestemming verleend om de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de in Aruba te Tanki Flip zonder nummer naast Tanki Flip [nummer] gelegen aan [geïntimeerde] toebehorende woontrailer (hierna: de huurovereenkomst) op te zeggen in verband met eigen gebruik door [geïntimeerde] van die trailer.
2.2 [
appellant] heeft op 29 mei 2015 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [appellant] verzoekt dat het Gerecht de beschikking vernietigt, kosten rechtens.
2.3 [
geïntimeerde] voert verweer en concludeert primair dat [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep. Subsidiair concludeert [geïntimeerde] tot ongegrondverklaring van dat beroep en tot bevestiging van de beschikking, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens (door [geïntimeerde] begroot op Afl. 450,--).
2.4
Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1
Wat betreft de ontvankelijkheid van [appellant] in zijn beroep wordt het volgende overwogen. In haar verweerschrift onder 6. stelt [geïntimeerde] dat zij bij aangetekende brief van 13 januari 2015 de beschikking heeft verzonden naar [appellant], maar dat [appellant] die brief niet heeft opgehaald bij het postkantoor. [geïntimeerde] stelt voorts dat dezelfde brief vervolgens wederom aangetekend is verzonden naar [appellant], maar dat [appellant] die op 17 februari 2015 aan hem door Post N.V. kenbaar gemaakte brief wederom niet heeft opgehaald bij het postkantoor. Die met een door Post N.V. afgegeven bewijs van kennisgeving van (het ophaalbaar zijn van) een aangetekend stuk onderbouwde stellingen heeft [appellant] niet bestreden. Vast komt daarom te staan dat door toedoen van [appellant] (in de zin van het herhaaldelijk niet ophalen van bedoeld aangetekend schrijven na kennisgeving van Post N.V. daartoe) de beschikking hem op of kort na in elk geval 17 februari 2015 niet heeft bereikt. Ingevolge het derde lid van artikel 3:37 BW Pro heeft in dat verband te gelden dat de in voormelde brief neergelegde verklaring van [geïntimeerde] (het kenbaar maken aan [appellant] van het bestaan van de beschikking en de inhoud daarvan) haar werking heeft jegens [appellant] vanaf in elk geval op of kort na 17 februari 2015.
3.2
Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van Pro de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan Pro, stelt het Gerecht in het licht van vorenstaande vast dat het op 29 mei 2015 door [appellant] ingestelde beroep niet tijdig (niet op uiterlijk 14 dagen na op of kort na 17 februari 2015) is ingesteld, terwijl er voor die termijnoverschrijding geen verschoningsgronden zijn gesteld of gebleken. De slotsom luidt daarom dat [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beroep.
3.3 [
appellant] zal, als de niet-ontvankelijk verklaarde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat [geïntimeerde] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe toegelaten professionele rechtsbijstandverlener.

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
-veroordeelt [appellant] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 maart 2016.