Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
3.HET VERZOEK EN HET VERWEER
4.DE BEOORDELING
5.DE UITSPRAAK
woensdag, 20 april 2016 van 08:30 tot 10:30 uurin het gerechtsgebouw aan de J.G. Emanstraat nr. 51 te Oranjestad,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer trad in 2013 in dienst bij Ballet Folklorico als danser. Op 10 juni 2015 werd hij op staande voet ontslagen wegens ongeoorloofde afwezigheid vanaf 2 mei 2015. Ballet Folklorico stelde dat hij zonder toestemming een maand vakantie in Colombia nam, terwijl de werknemer betwistte dat hij geen toestemming had.
De werkgever droeg de bewijslast voor de ongeoorloofde afwezigheid en stelde dat de werknemer zonder toestemming vertrok en bovendien niet kon werken vanwege niet-verlengde werkvergunning en werkzaamheden in Colombia. De werknemer mag getuigen oproepen om tegenbewijs te leveren dat hij wel toestemming had voor vakantie tot 10 juni 2015.
Verder stelde de werknemer dat hij niet het juiste netto loon ontving, terwijl Ballet Folklorico geen schriftelijk bewijs van correcte betaling kon overleggen. Het gerecht oordeelde dat Ballet Folklorico het achterstallige loon moet betalen en matigde de boete tot 15%. De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoor op 20 april 2016, waarbij strikte regels gelden voor oproeping en tolken.
De werknemer krijgt toestemming om kosteloos te procederen vanwege zijn financiële situatie. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is gewogen.
Uitkomst: Werknemer krijgt kosteloos procederen en mag getuigen oproepen; Ballet Folklorico moet achterstallig loon betalen; verdere beslissing aangehouden.