ECLI:NL:OGEAA:2016:194

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
31 maart 2016
Zaaknummer
EJ nr. 1785 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:394 BW Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gelasten DNA-onderzoek ter vaststelling vaderschap voor alimentatieplicht

De Voogdijraad heeft een verzoek ingediend tot het veroordelen van de man tot het betalen van een maandelijkse alimentatie van Afl. 250,- voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die in Nederland is geboren en niet is erkend. De man betwist het vaderschap en verzoekt om een DNA-onderzoek.

Het gerecht oordeelt dat voor het bestaan van een alimentatieplicht op grond van artikel 1:394 BW Pro Aruba, het vaderschap moet worden vastgesteld. Daarom wordt een DNA-onderzoek gelast, waarbij een door het Landslaboratorium in Nederland aan te wijzen deskundige het onderzoek zal uitvoeren.

Beide partijen worden verplicht elk de helft van de kosten van het onderzoek voor te schieten, waarbij de partij die ongelijk krijgt de kosten uiteindelijk zal dragen. De Voogdijraad wordt verzocht het onderzoek te begeleiden. Verdere beslissingen worden aangehouden tot het rapport van het DNA-onderzoek is ontvangen.

Uitkomst: DNA-onderzoek gelast om het biologische vaderschap vast te stellen en verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

Beschikking van 29 maart 2016
behorend bij EJ nr. 1785 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[de man],
wonende in Nederland,
VERWEERDER, hierna te noemen de man,
gemachtigde: de advocaat mr. H.U. Thielman.
Belanghebbende:
[de moeder], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 11 augustus 2015;
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 17 november 2015, waaruit blijkt dat zijn verschenen de verzoeker bij mevrouw Y. Maduro en de man bij zijn gemachtigde voornoemd;
  • de akte uitlating zijdens de Voogdijraad.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

Uit de moeder is op [geboortedatum] 2010 in Nederland geboren de thans nog minderjarige [de minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het verzoek strekt tot het veroordelen van de man tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 250,- ingaande 1 september 2015 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt gesteld dat hij de verwekker is van de minderjarige en dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet.
3.2
Het verzoek is erop gegrond dat de man de verwekker is van de minderjarige. Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Ingevolge artikel 1:394 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) is de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.
3.3
De man heeft als verweer aangevoerd dat hij betwijfelt dat hij de verwekker is, nu de moeder gedurende de kortstondige relatie die partijen met elkaar hadden ook een relatie met een ander had, en de relatie tussen partijen in de conceptieperiode al uit was. De man verzoekt een DNA-onderzoek te gelasten om de mate van waarschijnlijkheid dat hij de biologische vader van de minderjarige is, vast te stellen.
3.4
Voor het bestaan van de gestelde op artikel 1:394 BW Pro gebaseerde alimentatieverplichting is noodzakelijk dat de man de verwekker van de minderjarige is. Nodig is dus dat over het biologische vaderschap duidelijkheid ontstaat. Een DNA-onderzoek zal moeten uitwijzen of de man de biologische vader is.
Nu de man in Nederland woont en de moeder en de minderjarige alhier, zal het gerecht een door het Landslaboratorium (in Nederland) aan te wijzen specialist als deskundige benoemen. Voorts zal aan de man en de moeder betaling van het voorschot worden opgelegd, elk voor de helft. De partij die uiteindelijk ongelijk blijkt te hebben, zal in de kosten van het DNA-onderzoek worden veroordeeld. Het gerecht verwacht dat de moeder en de man hun volledige medewerking zullen verlenen aan dit onderzoek en zal dan ook consequenties verbinden aan het niet meewerken aan dit onderzoek door een van hen. Hetzelfde geldt voor het niet betalen van het voorschot. De Voogdijraad, als verzoeker van onderhavig verzoek, wordt verzocht de aanvraag van het onderzoek te begeleiden.
3.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
gelast een onderzoek naar de vraag met welke mate van waarschijnlijkheid de man, [de man], geboren op [geboortedatum] 1985 in Suriname, de biologische vader is van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Nederland uit de vrouw [de moeder], geboren op [geboortedatum] 1983 in Aruba,
benoemt de door het Landslaboratorium (in Nederland) aan te wijzen specialist als deskundige,
verzoekt de deskundige rapport ter zake uit te brengen aan het gerecht, door tussenkomst van de Voogdijraad,
bepaalt dat zowel de man als de vrouw uiterlijk eind juni 2016 de helft van het bedrag ter dekking van de kosten van het onderzoek zal voorschieten,
verzoekt de Voogdijraad de aanvraag van het onderzoek te begeleiden,
verwijst de zaak naar de zitting van
dinsdag, 29 november 2016 om 8.30 uur, voor overlegging van het rapport zijdens de Voogdijraad, inhoudende het resultaat van het DNA-onderzoek,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 29 maart 2016 in aanwezigheid van de griffier.