ECLI:NL:OGEAA:2016:219

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 april 2016
Publicatiedatum
11 april 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 2846 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 429c RvArt. 429ba RvHaags Kinderbeschermingsverdrag 1996
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechter onbevoegd in verzoek tot beëindiging gezamenlijk gezag over minderjarige

De moeder heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en tot toekenning van het ouderlijk gezag aan haar alleen over de minderjarige, geboren in 2010 uit het huwelijk tussen partijen. De vader is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.

Uit de procedure blijkt dat de minderjarige en de moeder in 2015 uitgeschreven zijn uit het bevolkingsregister van Aruba, hetgeen betekent dat de gewone verblijfplaats van het kind buiten Aruba ligt. Volgens artikel 429c, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 429ba Rv is de rechter in eerste aanleg van de woonplaats of het werkelijk verblijf van het kind bevoegd. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 benadrukt dat de gewone verblijfplaats van het kind het zwaarste aanknopingspunt is.

Omdat de gewone verblijfplaats van het kind buiten Aruba ligt, oordeelt het gerecht dat het geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het verzoek. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom verklaart het gerecht zich onbevoegd.

Uitkomst: Het gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over de minderjarige.

Uitspraak

Beschikking van 5 april 2016
behorend bij EJ. nr. 2846 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[X],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna de moeder,
procederend in persoon,
tegen
[Y],
wonende in Aruba,
VERWEERDER, hierna de vader,
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 14 december 2015;
- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 8 maart 2016, waaruit blijkt dat alleen de moeder is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen;
- de aanvullende stukken, ingediend op 8 maart 2016.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 2010 in Aruba geboren [Z] (hierna: de minderjarige).
2.2
Bij beschikking van dit gerecht van 7 mei 2012 (EJ-301/12) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen gezamenlijk belast gebleven met de uitoefening van het gezag.
2.3
De moeder en de minderjarige zijn op [datum] 2015 respectievelijk [datum] 2015 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Aruba.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en om de moeder alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige te belasten.

4.DE BEOORDELING

Bevoegdheid gerecht
Ingevolge artikel 429c, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende minderjarige kinderen bevoegd, de rechter in eerste aanleg van de woonplaats of, bij gebreke daarvan hier te lande, van het werkelijk verblijf van de minderjarige. Voorts bepaalt artikel 429ba Rv dat aan de rechter geen rechtsmacht toekomt, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende het gezag over minderjarige kinderen moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van die kinderen, zijnde het uitgangspunt in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Ligt de gewone verblijfplaats van het kind, zoals in casu, buiten Aruba, dan komt de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe. Uitzonderingssituaties zijn in zeer bijzondere omstandigheden denkbaar, maar het bestaan van dergelijke omstandigheden is hier niet gebleken.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag, 5 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.