ECLI:NL:OGEAA:2016:23
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling en rente door Aruba Bank tegen gedaagde afgewezen voor incassokosten
Aruba Bank heeft een civiele procedure aangespannen tegen gedaagde met de vordering tot betaling van een bedrag van Afl. 23.577,51, vermeerderd met overeengekomen rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkende de hoofdsom en rente, maar betwistte de gevorderde incassokosten omdat hij stelde de aanmaningen niet te hebben ontvangen.
Tijdens de comparitie van partijen op 12 november 2015 zijn de standpunten toegelicht en nadere producties overgelegd. De rechtbank heeft het tussenvonnis van 30 september 2015 bevestigd en de procedure voortgezet. In de beoordeling is geoordeeld dat de aanmaningen niet aan gedaagde zijn bereikt, mede omdat hij zijn adreswijziging tijdig had doorgegeven aan de bank.
Op grond van artikel 3:37 lid 3 BWA Pro en jurisprudentie (HR 14 juni 2013) moet een verklaring de geadresseerde bereiken om rechtskracht te hebben. De rechtbank concludeert dat de bank onvoldoende heeft bewezen dat de aanmaningen zijn ontvangen, waardoor de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
De hoofdsom en de rente worden toegewezen zoals gevorderd. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Aruba Bank, begroot op Afl. 2.957,04. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente, incassokosten worden afgewezen.