ECLI:NL:OGEAA:2016:24
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling en rente door Caribbean Mercantile Bank tegen gedaagde
De Caribbean Mercantile Bank (CMB) vordert betaling van een bedrag van Afl. 14.743,55, vermeerderd met overeengekomen rente vanaf 11 december 2013, van gedaagde G*. G* erkent de hoofdsom verschuldigd te zijn, maar stelt dat het door haar werkgever ingehouden bedrag in het kader van een conservatoir derdenbeslag hoger is dan wettelijk toegestaan.
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba handhaaft de eerdere overwegingen en oordeelt dat G* het gevorderde bedrag met rente moet betalen. De stelling van G* over de hoogte van het beslag wordt gepasseerd omdat de beslaglegger gehouden is volledige medewerking te verlenen zonder de geldigheid of omvang te toetsen. Wel is toegezegd dat de beslagvrije voet zal worden berekend door de gemachtigde van CMB.
G* wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, inclusief de kosten van het conservatoire beslag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 6 januari 2016 door rechter A.H.M. van de Leur.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van Afl. 14.743,55 met rente en proceskosten.