Uitspraak
MIO ARUBA
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Afl. 2.058.000,00 hetgeen overeenkomt met 21 MHz ad Afl. 98.000,00.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
MIO, houder van concessies voor mobiele netwerken op Aruba, vorderde bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba de onverbindendverklaring van artikel 1, sub b, en artikel 2 sub b van Pro het Landsbesluit Telecommunicatierechten. MIO stelde dat de hoogte en inning van frequentievergoedingen achterhaald en prohibitief zijn, en dat het besluit in strijd is met het EVRM en algemene rechtsbeginselen.
Het Land Aruba voerde verweer en stelde dat MIO niet-ontvankelijk was omdat zij de bestuursrechtelijke rechtsgang via de LAR-rechter niet had uitgeput. Het gerecht oordeelde dat de bestuursrechter bevoegd is en dat MIO haar stellingen via bezwaar en beroep tegen factuurbeschikkingen kan aanvoeren.
Het beroep op een arrest van de Hoge Raad uit 1996 faalde omdat in deze zaak wel doeltreffende rechtsbescherming via de bestuursrechter bestaat. Het wachten op een volgende factuurbeschikking om de verbindendheid aan de orde te stellen, is niet onredelijk.
Daarom verklaarde het gerecht MIO niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelde haar in de proceskosten van het Land. Het vonnis werd uitgesproken op 30 maart 2016 door rechter Y.M. Vanwersch.
Uitkomst: MIO is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen het Landsbesluit Telecommunicatierechten en veroordeeld in de proceskosten.