ECLI:NL:OGEAA:2016:29

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 januari 2016
Publicatiedatum
13 januari 2016
Zaaknummer
EJ nr. 2209 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:406 lid 1 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging alimentatiebijdrage vader voor verzorging en opvoeding minderjarige kinderen

De Voogdijraad verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om de vader te veroordelen tot een verhoogde maandelijkse alimentatiebijdrage voor vier minderjarige kinderen. De moeder ontvangt een bijstandsuitkering en heeft daardoor geen of onvoldoende draagkracht om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding.

De vader erkent de kinderen en draagt momenteel Afl. 100,- per kind per maand bij. Uit salarisstroken blijkt dat hij een netto-maandloon heeft van Afl. 2.552,- en huurlasten van Afl. 1.000,-, waardoor hij Afl. 1.552,- overhoudt voor eigen levensonderhoud en de kinderen. De vader verklaarde ter zitting dat hij Afl. 650,- per maand kan betalen.

Het gerecht stelt de behoefte van de kinderen vast op basis van door de Voogdijraad overgelegde kosten, die lager zijn dan het gehanteerde richtsnoer. Gezien de draagkracht van de vader en het ontbreken daarvan bij de moeder, oordeelt het gerecht dat de vader zijn verplichting niet behoorlijk nakomt en veroordeelt hem tot een totale alimentatiebijdrage van Afl. 650,- per maand, verdeeld over de vier kinderen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot betaling van een verhoogde maandelijkse alimentatiebijdrage van Afl. 650,- voor vier minderjarige kinderen.

Uitspraak

Beschikking van 12 januari 2016
Behorend bij EJ nr. 2209 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de alimentatiezaak tussen
DE VOOGDIJRAAD,
kantoorhoudend in Aruba,
VERZOEKER,
vertegenwoordigd,
en
[de vader],
wonende in Aruba, [adres],
VERWEERDER, hierna te noemen de vader,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[minderjarige 1],
[minderjarige 2],
[minderjarige 3],
[minderjarige 4],
de minderjarigen,
[de moeder], de moeder.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 28 september 2015;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling ter zitting van 24 november 2015, waaruit blijkt dat namens de verzoeker zijn verschenen mr. M. Ras-Pieternella en mevrouw A. Flanders, en dat de vader in persoon en de moeder in persoon zijn verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder zijn geboren de thans nog minderjarige:
- [ minderjarige 1],op [datum] 2005 in Aruba,
- [ minderjarige 2], op [datum] 2006 in Aruba,
- [ minderjarige 3], op [datum] 2007 in Aruba,
- [ minderjarige 4], op [datum] 2008 in Aruba.
2.2
De minderjarigen zijn door de vader erkend.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 250,- per kind per maand ingaande 1 november 2015 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Daartoe is gesteld dat de moeder een bijstandsuitkering ontvangt en geen draagkracht heeft, terwijl de vader geacht moet worden meer te kunnen betalen dan Afl. 100,- per kind per maand.

4.DE BEOORDELING

4.1
Ouders zijn wettelijk verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren.
4.2
In dit geval is niet in geschil dat de vader maandelijks met een bedrag van Afl. 100,- per kind bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen. Ter beoordeling ligt dan ook voor de vraag of de vader zijn verplichting tot voorziening in de kosten van de minderjarigen (desondanks) niet behoorlijk nakomt.
Kosten minderjarigen
4.3
De verzoeker heeft de kosten van de minderjarigen bepaald op Afl. 342,42 ([minderjarige 1]), Afl. 374,83 ([minderjarige 2]), Afl. 493,88 ([minderjarige 3]) en Afl. 431,48 ([minderjarige 4]). Nu deze bedragen lager zijn dan het bedrag dat het gerecht bij het vaststellen van de behoefte van een kind als richtsnoer voor kinderen in de leeftijd als die van partijen hanteert, en de vader deze kosten niet heeft weersproken, zal het gerecht de behoefte van de minderjarigen vaststellen op bovengenoemde bedragen, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen.
Draagkracht moeder
4.4
Op basis van het feit dat de moeder een bijstandsuitkering ontvangt kan worden geconcludeerd dat zij geen, althans onvoldoende, draagkracht zal hebben om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen te betalen. Nu de minderjarigen bij haar wonen en alle kosten voor hun verzorging en opvoeding voor haar rekening komen, heeft de moeder wel nagenoeg de gehele praktische en financiële zorg voor de minderjarigen.
Draagkracht vader
4.5
Uit de door de verzoeker overgelegde salarisstroken van de vader, blijkt dat hij een gemiddeld netto-maandloon heeft van Afl. 2.552,-. Voorts is gebleken dat hij huurlasten heeft van Afl. 1.000,- per maand. De vader houdt dan over een bedrag van Afl. 1.552,-, waarvan hij in zijn eigen levensonderhoud en in die van de minderjarigen moet voorzien. De vader heeft ter zitting verklaard dat hij maandelijks Afl. 650,- kan betalen aan kinderalimentatie.
4.6
Gelet op het bovenstaande is het gerecht van oordeel dat de vader zijn verplichting tot voorziening in de kosten van de minderjarigen niet behoorlijk nakomt. De vader zal worden veroordeeld tot betalen van een totaalbedrag van Afl. 650,- aan kinderalimentatie, per kind verdeeld zoals hierna vermeld.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
veroordeelt [de vader] om met ingang van 1 november 2015, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling, maandelijks als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de volgende minderjarigen, aan de Voogdijraad te betalen een bedrag van:
- Afl. 149,50 ten behoeve van [de minderjarige 1], geboren op [datum] 2005 in Aruba,
- Afl. 136,50 ten behoeve van [de minderjarige 2], geboren op [datum] 2006 in Aruba,
- Afl. 195,- ten behoeve van [de minderjarige 3], geboren op [datum] 2007 in Aruba en
- Afl. 169,- ten behoeve van [de minderjarige 4], geboren op [datum] 2008 in Aruba,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 12 januari 2016 in aanwezigheid van de griffier.