Uitspraak
[EENMANSZAAK],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker [X] stelde dat hij vanaf 1 mei 2010 tot 13 april 2015 werkzaamheden verrichtte voor verweerster [Y] en dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Hij vorderde achterstallig loon, doorbetaling bij ziekte en wedertewerkstelling. Verweerster betwistte het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelde dat verzoeker niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Het Gerecht oordeelde dat hoewel er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst was, ook uit feitelijkheden een arbeidsovereenkomst kan voortvloeien. Een essentieel vereiste is echter de gezagsverhouding, die onder meer inhoudt dat de werknemer op door de werkgever bepaalde tijden werkt, toestemming moet vragen om niet te komen en ziekte moet melden. Deze elementen ontbraken in de relatie tussen partijen.
Verder was verzoeker vrij om te komen en te gaan, werd alleen betaald voor gewerkte dagen en werden geen loonbelasting en sociale premies afgedragen. Het Gerecht concludeerde dat er onvoldoende gezagsverhouding was en dat verzoeker niet gerechtvaardigd was in de veronderstelling dat er een arbeidsovereenkomst bestond.
Daarom werden alle vorderingen van verzoeker afgewezen, waaronder loonbetaling, doorbetaling bij ziekte en wedertewerkstelling. Tevens werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten van verweerster.
Uitkomst: Er is geen arbeidsovereenkomst vastgesteld tussen partijen en alle vorderingen van verzoeker worden afgewezen.