ECLI:NL:OGEAA:2016:351

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
3 juni 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 596 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253k BWArt. 1:345 lid 1 sub a BWArt. 1:356 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot vestiging hypotheek op woonhuis ten behoeve van minderjarige

Verzoeker, gehuwd geweest met wijlen mevrouw A, heeft namens zijn minderjarige kind Y een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen voor het vestigen van een hypotheek op het woonhuis te Aruba. Dit huis is eigendom van de nalatenschap van wijlen mevrouw A, waarin de kinderen een onverdeeld erfpachtrecht bezitten. De hypotheek is nodig om een geldlening aan te gaan voor noodzakelijke verbouwingen en onderhoud aan het woonhuis.

De procedure omvatte het verzoekschrift, een mondelinge behandeling en nadere stukken. De oudste dochter is inmiddels meerderjarig, zodat voor haar geen machtiging vereist is. Uit een taxatierapport blijkt dat het huis achterstallig onderhoud vertoont, maar na verbouwing aanzienlijk in waarde zal stijgen.

Het gerecht oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is om de machtiging te verlenen, mits de minderjarige slechts als niet-in-eigen-vermogen-aansprakelijke onderzetter wordt verbonden. De beschikking machtigt verzoeker tot het vestigen van een hypotheek tot een bedrag van Afl. 150.000,- vermeerderd met 40% voor rente, boete en kosten, en wijst het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: Machtiging verleend om namens minderjarige een hypotheek te vestigen op het woonhuis voor verbouwing en onderhoud met beperkte aansprakelijkheid.

Uitspraak

Beschikking van 24 mei 2016
behorend bij EJ. nr. 596 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[X],
procederend in persoon,
VERZOEKER,
wonende in Aruba.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[Y],
de minderjarige.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend ter griffie van dit gerecht op 21 maart 2016,
- de griffiersaantekeningen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling ter zitting van 26 april 2016, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen,
- de op 13 mei 2016 overgelegde nadere stukken.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit het huwelijk tussen verzoeker en wijlen [A] zijn geboren, de volgende kinderen:
- [ Z], op [datum] 1998 en
- de minderjarige voornoemd, [Y], op [datum] 2002.
2.2
Wijlen mevrouw [A] is op [datum] 2011 in Colombia overleden. Als enige erfgenamen heeft zij achtergelaten haar echtgenoot (verzoeker) en de twee voornoemde kinderen, ieder voor een derde (1/3) gedeelte van haar nalatenschap, uitmakende de helft van de gemeenschap van goederen waarin zij gehuwd is geweest.
2.3
Voornoemde kinderen zijn ieder voor een 1/6 onverdeeld aandeel gerechtigd in het recht van erfpacht tot 21 februari 2056 op een perceel domeingrond, groot 581 m2, gelegen te [adres] in Aruba, kadastraal bekend als Land Aruba [afdeling] [sectie] [nummer], met het daarop gebouwde woonhuis, plaatselijk bekend als “[adres]”, hierna te noemen het registergoed.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het verzoek strekt ertoe dat aan verzoeker machtiging wordt verleend om mede namens de kinderen een recht van hypotheek te vestigen op het registergoed.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoeker aangevoerd, dat hij en de kinderen in het woonhuis te [adres] wonen en dat dit huis nodig verbouwd dient te worden. Verzoeker wenst in verband met bedoelde verbouwing een geldlening aan te gaan bij de Aruba Bank N.V., en tot zekerheid daarvan zal hij een recht van hypotheek moeten vestigen op het registergoed. Deze overeenkomst zal hierna worden aangeduid als “de hypothecaire lening”.
3.2
Het verzoek is gebaseerd op art. 1:253k juncto 1:345, lid 1 en sub a BW, op grond waarvan rechterlijke machtiging is vereist voor het aangaan van overeenkomsten, strekkende tot beschikking over goederen van minderjarigen. In artikel 1:356 BW Pro is de maatstaf neergelegd aan de hand waarvan het verzoek moet worden beoordeeld: de machtiging moet in het belang van de minderjarigen noodzakelijk, nuttig of wenselijk zijn.
3.3
Het gerecht constateert dat de oudste dochter inmiddels meerderjarig is, zodat voor haar voor het aangaan van de hypothecaire lening geen rechterlijke machtiging is vereist.
3.4
Uit het door verzoeker overgelegde taxatierapport blijkt, dat de woning in een redelijke staat van onderhoud verkeert, maar dat sprake is van enig achterstallig onderhoud, zoals vloertegels die aan vervanging toe zijn, keukenkasten die moeten worden vernieuwd, gebroken en beschadigde ruiten en deuren die moeten worden vervangen, en dergelijke. De vrije marktwaarde van het huis is in de huidige staat getaxeerd op Afl. 238.000,-, en na de opknapbeurt op Afl. 352.000,-.
3.5
Gelet op het verhandelde ter zitting en de overgelegde stukken is het gerecht van oordeel dat het in het belang van de minderjarige wenselijk is om de verzochte machtiging te verlenen, opdat het woonhuis kan worden verbouwd en onderhouden, met dien verstande dat de minderjarige slechts zal worden verbonden als niet-in-eigen-vermogen-aansprakelijke onderzetter.

4.DE BESLISSING

Het gerecht:
- machtigt [X] om namens de minderjarige [Y], geboren op [datum] 2002 in Aruba, een recht van hypotheek te vestigen op het recht van erfpacht tot 21 februari 2056 op een perceel domeingrond, groot 581 m2, gelegen te [adres] in Aruba, kadastraal bekend als [afdeling] [sectie] [nummer], met het daarop gebouwde woonhuis, plaatselijk bekend als [adres], tot het beloop van Afl. 150.000,- vermeerderd met 40% voor rent, boete en kosten, opdat het woonhuis kan worden verbouwd en onderhouden,
- bepaalt dat voornoemde minderjarige slechts als niet-in-eigen-vermogen-aansprakelijke onderzetter zal worden verbonden in de hypothecaire lening,
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag, 24 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.