ECLI:NL:OGEAA:2016:374
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak weigering verblijfsvergunning
Verzoekster, van Cubaanse nationaliteit en woonachtig in Aruba, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit bezwaar was nog niet beslist toen zij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indiende.
Het gerecht heeft beoordeeld of er sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Uit de overwegingen blijkt dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij met onmiddellijke verwijdering wordt bedreigd of dat zij door de afwijzing van de vergunning niet langer verzekerd is voor noodzakelijke medische zorg.
Gezien het ontbreken van een spoedeisend belang acht het gerecht het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk en wijst het verzoek af. De uitspraak werd gedaan op 25 april 2016 door rechter W.C.E. Winfield tijdens een openbare zitting.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.