De grootmoeder moederszijde verzocht het gerecht om de moeder te ontheffen of te ontzetten uit het ouderlijk gezag over de minderjarige, met benoeming van haarzelf tot voogdes. De moeder oefende het gezag feitelijk niet uit en de minderjarige verbleef sinds augustus 2013 bij de grootmoeder.
De Voogdijraad stelde vast dat de moeder ongeschikt en onmachtig was haar opvoedingsplicht te vervullen en verzocht om ontheffing. De moeder was bereid haar gezag af te staan en verzette zich niet tegen ontheffing.
Het gerecht oordeelde dat onvoldoende gronden bestonden voor ontzetting, maar dat ontheffing op grond van ongeschiktheid en onmachtigheid gerechtvaardigd was. Daarom werd de moeder ontheven uit het gezag en de grootmoeder benoemd tot voogdes. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.