ECLI:NL:OGEAA:2016:381

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
26 april 2016
Publicatiedatum
15 juni 2016
Zaaknummer
EJ. nr. 2724 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek verklaring voor recht inzake buitenlandse voogdijakte

De zaak betreft een verzoek van de moeder om een verklaring voor recht te verkrijgen dat een in de Dominicaanse Republiek opgemaakte akte betreffende de voogdij en het wettelijk gezag over haar minderjarige kind rechtsgeldig is en vatbaar voor opname in het burgerlijk standregister van Aruba.

De minderjarige is geboren in de Dominicaanse Republiek en verblijft sinds augustus 2015 feitelijk in Aruba zonder verblijfstitel. De ouders hebben in augustus 2015 in de Dominicaanse Republiek een akte laten opmaken waarin de voogdij en het wettelijk gezag aan de moeder worden toegekend.

Het gerecht oordeelt dat op grond van artikel 1:26 BW Pro alleen akten die vatbaar zijn voor opname in het burgerlijk standregister kunnen worden erkend. Omdat registers van de burgerlijke stand geen informatie bevatten over voogdij of gezag over minderjarigen, is de akte niet vatbaar voor opname. Daarom wordt het verzoek afgewezen.

De beschikking is op 26 april 2016 door rechter W.C.E. Winfield in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om een verklaring voor recht inzake een buitenlandse voogdijakte wordt afgewezen omdat dergelijke akten niet in het burgerlijk standregister worden opgenomen.

Uitspraak

Beschikking van 26 april 2016
behorend bij EJ. nr. 2724 van 2015.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de moeder,
procederend in persoon,
Belanghebbende:
[belanghebbende sub 1], hierna: de vader,
[minderjarige], hierna: de minderjarige,
De ambtenaar van de burgerlijke stand,hierna: de abs,
in Aruba.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ingediend op 27 november 2015,
- het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ingediend op 11 maart 2016;
- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 15 maart 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder in persoon en de ambtenaar van de burgerlijke stand bij mr. J.M.A.M. Ponsioen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
De minderjarige is op 23 februari 2006 in de Dominicaanse Republiek uit de moeder geboren. Op het uittreksel van de geboorteakte staat de heer [belanghebbende sub 1] als de vader vermeld.
2.2
Bij akte van 24 augustus 2015 zijn de moeder en de vader ten overstaan van X,
Abogado Notario-Público de los del Número para el Distrito Nacional,overeengekomen dat de voogdij (“tutela”) en het wettelijk gezag (“guarda legal”) over de minderjarige aan de moeder zullen worden toegekend.
2.3
De minderjarige verblijft sinds 23 augustus 2015 feitelijk in Aruba, zonder in het bezit te zijn van een verblijfstitel.

3.HET VERZOEK

Het verzoek strekt - naar het gerecht begrijpt - tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) ter zake van voornoemde akte van 24 augustus 2015.

4.DE BEOORDELING

4.1
Op grond van artikel 1:26 BW Pro kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde akte van 24 augustus 2015 is naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie omtrent voogdij c.q. gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 26 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.