ECLI:NL:OGEAA:2016:444

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 juni 2016
Publicatiedatum
18 juli 2016
Zaaknummer
A.R. 1899 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:89 BWArt. 320 Wetboek van KoophandelArt. 5.1 polisvoorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens verzwijging verzekeringsgeschiedenis bij woonhuisverzekering

Star Holding diende in 2012 een aanvraag in voor een woonhuisverzekering bij Fatum, waarbij zij niet alle relevante schadeclaims uit het verleden van de eigenaar en vertegenwoordiger van Star Holding, de heer De Laat, heeft vermeld. In 2015 werd het pand beschadigd door een aardbeving en werd een schade-uitkering gevraagd, die door Fatum werd geweigerd wegens verzwijging.

Star Holding stelde dat zij zelf geen andere schades had geclaimd dan de waterschade uit 2011 en dat eerdere schades van vorige eigenaren niet relevant waren. Het Gerecht oordeelde echter dat de verzekeringshistorie van de eigenaar en vertegenwoordiger van Star Holding relevant was en dat de verzwijging van eerdere schades als onrechtmatig moest worden aangemerkt.

Het Gerecht stelde vast dat De Laat eigenaar was van het pand en tevens de verzekering had aangevraagd en de schademelding had gedaan, wat wijst op een nauwe band met Star Holding. Het beroep van Star Holding op het ontbreken van belang werd verworpen. De vordering werd afgewezen en Star Holding werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Star Holding wordt afgewezen wegens verzwijging en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 29 juni 2016
Behorend bij A.R. 1899 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
STAR HOLDING N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Star Holding,
gemachtigde: advocaat mr. E.E. Rosenstand,
tegen:
de naamloze vennootschap
FATUM GENERAL INSURANCE N.V.,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Fatum,
gemachtigden: advocaten mrs. M. Hammoud en C.D. Engelhardt,

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord in conventie;
- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 31 mei 2016
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Namens Star Holding heeft [naam X] in 2012 een aanvraag bij Fatum gedaan voor een woonhuisverzekering ten behoeve van het woonhuis [adres] te Aruba. In het formulier is onder vraag 9 gevraagd:
Hebt u of een andere belanghebbende de laatste 8 jaar een schade geleden door gebeurtenissen als door de gevraagde verzekering wordt gedekt.
Deze vraag is door Star Holding beantwoord met:
2011, waterschade.
Bij vraag 10 wordt gevraagd:
Werd aan u of aan een andere belanghebbende bij deze verzekering, in de laatste 8 jaar een verzekering van welke aard ook geweigerd of opgezegd, dan wel werden er beperkende of verzwarende voorwaarden gesteld?Hierop is door Star Holding geantwoord met
Nee.
Fatum heeft met ingang van 11 augustus 2012 [adres] in dekking genomen. Op 3 maart 2015 heeft Star Holding de verzekering opgezegd per 11 augustus 2015.
2.2
Op 8 april 2015 is het pand door een aardbeving beschadigd geraakt. Star Holding heeft deze schade gemeld bij Fatum en aanspraak gemaakt op een schade-uitkering
2.3
Bij brief van 19 augustus 2015 heeft Fatum uitkering uit hoofde van de verzekering geweigerd en zich beroepen op verzwijging door Star Holding. In haar afwijzingsbrief heeft zij vermeld dat gebleken is dat [naam X] in de periode van 2004-2010 bij meerder maatschappijen schade-uitkeringen heeft geclaimd, waarbij meer dan Afl. 100.000,00 is uitbetaald. Door dit niet te vermelden is sprake van verzwijging.
2.4
De Laat is eigenaar van het pand [adres]. De voorlopige dekking van de inboedelverzekering is op zijn naam afgegeven door bemiddeling van het assurantiekantoor Asca.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Star Holding vordert na wijziging van eis dat Fatum veroordeeld wordt overeenkomstig art. 5.1 van de polisvoorwaarden over te gaan tot schaderegeling, met veroordeling van Fatum tot vergoeding van de proceskosten.
3.2
Star Holding grondt de vordering erop dat zij zelf geen andere schades dan degene die is vermeld onder vraag 9 heeft geclaimd. Dat vorige eigenaren schades hebben geclaimd raakt haar niet. Star Holding betwist dat sprake is van verzwijging. Star Holding stelt ook eigenaresse van het pand te zijn.
3.3
Fatum voert hiertegen verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van Star Holding in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
Bij de feiten is vastgesteld dat [naam X] eigenaar is van de woning. Dat is afgeleid uit de overgelegde stukken van het Kadaster. Star Holding heeft ter zitting aangevoerd dat het Kadaster een vertraging heeft met de verwerking van stukken, maar zij heeft op geen enkele manier aangetoond dat zij door levering eigenaresse is geworden van de woning aan [adres]. Bovendien volgt uit art. 3:89 BW Pro dat inschrijving in de registers (in casu: het Kadaster) een constitutief vereiste is voor levering.
4.2
De aanvraag voor de onderhavige verzekering is gedaan door [naam X]. Nu die eigenaar was van de woning, was die tevens als belanghebbende aan te merken, nog los van de vraag in hoeverre Star Holding (indirect) door hem wordt bestuurd. Uit de stukken blijkt immers dat De Laat niet alleen eigenaar van de woning was, hij was ook op meerdere momenten de bevoegde vertegenwoordiger van Star Holding. De verzekering is door hem aangevraagd en de schademelding is door hem gedaan, hetgeen minst genomen duidt op een nauwe band tussen hem en de vennootschap.
4.3
Bij de aanvraag was dan ook de verzekeringshistorie van [naam X] betreffende dit pand van belang om te worden opgegeven. Dat die onvolledig was, is door Star Holding slechts bestreden met de stelling dat de oudere historie niet aan haar kan worden toegerekend. Dat is zoals uit het bovenstaande volgt, onjuist. Fatum heeft erop gewezen dat er door de maatschappijen Treston en New India meerdere schades zijn vergoed en dat Star Holding alleen de waterschade uit 2011 heeft vermeld. Dat is door Star Holding niet bestreden. In dit kader begrijpt het Gerecht ook niet dat Star Holding stelt dat alleen de waterschade betrekking had op haar, want die polis stond, naar Fatum onweersproken heeft gesteld, op naam van [naam X].
4.4
Fatum heeft ook gesteld dat de verzekeringsmaatschappij Treston de relatie met [naam X] heeft opgezegd, maar dat aspect zal het Gerecht buiten beschouwing laten, nu dat aan het beroep op verzwijging niet ten grondslag is gelegd. Dat neemt niet weg dat het niet vermelden van een relevant schadeverleden onder de hierboven genoemde omstandigheden als verzwijging in de zin van art. 320 Wetboek Pro van Koophandel moet worden aangemerkt. Fatum heeft dan ook terecht uitkering geweigerd.
4.5
Het beroep van Fatum op het ontbreken van belang aan de zijde van Star Holding behoeft gezien het bovenstaande geen verdere bespreking.
4.6
Star Holding zal in de kosten van het geding worden veroordeeld.

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt Star Holding in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Fatum worden begroot op Afl. 1.800,00 aan salaris van de gemachtigde;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 juni 2016 in aanwezigheid van de griffier.