Het openbaar ministerie verzocht om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing van drie minderjarigen aan de Voogdijraad, nadat zij op 20 mei 2016 aan het gezag van de moeder waren onttrokken wegens ernstige verwaarlozing en mishandeling. De Voogdijraad verzocht tevens om voorlopige ondertoezichtstelling van de kinderen.
Uit rapporten van de Voogdijraad blijkt dat de moeder dagelijks marihuana gebruikt, de kinderen verwaarloost, mishandelt en blootstelt aan huiselijk geweld. De minderjarigen vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag en zijn maandenlang niet naar school geweest. De moeder erkent de problematiek deels en wil afkicken, maar heeft geen uitzicht op korte termijn verbetering.
Het gerecht oordeelt dat de situatie van de moeder aanleiding geeft tot schorsing van haar gezag en voorlopige toevertrouwing van de kinderen aan de Voogdijraad voor zes maanden. Het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat terugplaatsing op korte termijn niet mogelijk is en een zinvolle ondertoezichtstelling daarom niet geboden is.
De beschikking bepaalt dat de voorlopige toevertrouwing van kracht blijft tot 1 januari 2017, met schorsing van het gezag van de moeder. Indien een verzoek tot ontzetting of ontheffing van het gezag wordt ingediend, blijft deze beschikking van kracht totdat daarover definitief is beslist.