ECLI:NL:OGEAA:2016:472
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij weigering verlenging verblijfsvergunning
Verzoekster, van Filipijnse nationaliteit en woonachtig in Aruba, had een aanvraag ingediend voor verlenging van haar vergunning tot tijdelijk verblijf. Deze aanvraag werd door de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie op 14 juni 2016 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beschikking en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening te treffen om de uitvoering van de afwijzing te schorsen, omdat de onmiddellijke uitvoering een onevenredig nadeel voor haar zou opleveren.
Tijdens de zitting op 4 juli 2016 gaf de minister aan dat verzoekster de beslissing op haar bezwaar in Aruba mag afwachten en dat zij gedurende die periode haar werkzaamheden mag voortzetten. De minister had geen bezwaar tegen de toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening.
Het gerecht besloot daarom verzoekster te behandelen alsof zij in het bezit is van een geldige vergunning tot tijdelijk verblijf om in loondienst werkzaam te zijn bij haar werkgever, totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd het door verzoekster betaalde griffierecht teruggestort. De uitspraak werd ter zitting uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoekster wordt behandeld alsof zij een geldige verblijfsvergunning heeft totdat op het bezwaar is beslist.