Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
LJNAS8525).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure verzocht de vader om het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen toe te kennen, terwijl de moeder niet was verschenen en haar verblijfplaats onbekend was. De Voogdijraad bracht een rapport uit waarin werd vastgesteld dat er sprake was van verstoorde communicatie tussen de ouders en dat de moeder sinds juni 2015 weinig initiatief toonde om betrokken te blijven bij de kinderen.
De rechtbank overwoog dat gezamenlijk gezag slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden geweigerd, namelijk wanneer er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt tussen de ouders. Gezien de omstandigheden en het advies van de Voogdijraad achtte de rechtbank het in het belang van de minderjarigen wenselijk dat de vader het eenhoofdig gezag krijgt toegewezen.
De beslissing werd genomen na een mondelinge behandeling waarbij alleen de vader aanwezig was. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot gezamenlijk gezag werd afgewezen en het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend.
Uitkomst: Het eenhoofdig gezag over de minderjarigen wordt aan de vader toegekend.