Uitspraak
DE PROCEDURE
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Eiseres vorderde betaling van een bedrag van Afl. 2.211,48 voor stroomverbruik door gedaagde in januari en februari 2014. Het Gerecht onderzocht of gedaagde elektriciteit van het perceel van eiseres had betrokken in die maanden.
Uit vijf getuigenverklaringen bleek onvoldoende bewijs dat gedaagde in die periode stroom van eiseres afnam. Hoewel één getuige constateerde dat gedaagde op enig moment illegaal stroom afnam via de meter van eiseres, was niet vastgesteld dat dit ook in januari en februari 2014 het geval was. Bovendien had gedaagde van oktober tot december 2013 krachtens een mondelinge overeenkomst stroom afgenomen en daarvoor betaald.
Daarnaast verklaarde een andere getuige dat gedaagde in januari 2014 met haar instemming stroom van haar perceel afnam, waardoor het onwaarschijnlijk is dat gedaagde ook stroom van eiseres betrok. De vordering van eiseres werd daarom afgewezen.
Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op Afl. 1.000,--. Tevens werd aan eiseres verlof verleend tot kosteloos procederen. Het vonnis is uitgesproken op 24 augustus 2016 door rechter A.H.M. van de Leur.
Uitkomst: De vordering van eiseres tot betaling voor elektriciteitsverbruik in januari en februari 2014 wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.