ECLI:NL:OGEAA:2016:58

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 februari 2016
Publicatiedatum
10 februari 2016
Zaaknummer
V.O.G. nr. 2632 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Landsverordening op de justitiële documentatieArt. 25 Landsverordening op de justitiële documentatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verklaring omtrent het gedrag voor hulpchauffeursfunctie

Klager verzocht om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) om als hulpchauffeur te kunnen werken, maar dit verzoek werd op 3 november 2015 afgewezen door verweerder vanwege eerdere veroordelingen voor poging tot doodslag en mishandeling.

Klager diende vervolgens een klaagschrift in bij het gerecht in eerste aanleg van Aruba, dat de zaak op 7 december 2015 behandelde. Het gerecht overwoog dat bij de beoordeling van een VOG een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van klager en het belang van de instantie die de verklaring ontvangt.

Hoewel het belang van klager bij het verkrijgen van de VOG aannemelijk was gemaakt, oordeelde het gerecht dat de ernst van de eerdere delicten en het verband met de functie als hulpchauffeur zwaarder wogen. Het gewelddadig gedrag van klager vormde een risico voor passagiers, waardoor de afwijzing gerechtvaardigd was.

Het gerecht verklaarde de klacht ongegrond en bevestigde daarmee de afwijzing van de verklaring omtrent het gedrag.

Uitkomst: De klacht tegen de afwijzing van de verklaring omtrent het gedrag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 1 februari 2016
V.O.G. nr. 2632 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het klaagschrift ex artikel 25 van Pro de
Landsverordening op de justitiële documentatie:
[ klager ],
wonende in Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
gericht tegen de afwijzende beslissing van:
de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van Pro de Landsverordening op de justitiële documentatie,
zetelende in Aruba,
VERWEERDER.

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 3 november 2015 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van klager om een verklaring ingevolge de Landsverordening op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag.
Daartegen heeft klager op 16 november 2015 een klaagschrift bij dit gerecht ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2015, alwaar zijn verschenen klager in persoon en verweerder, mr. J.W. Klamer, in persoon.
De uitspraak is bepaald op heden

2.OVERWEGINGEN

2.1
Klager heeft op 3 november 2015 de weigering van de verklaring omtrent het gedrag ontvangen. Het klaagschrift is op 16 november 2015 ingediend en is dan ook binnen de wettelijk voorgeschreven termijn ingediend. Het klaagschrift is (in zoverre) ontvankelijk.
2.2
Voor het verkrijgen van een rijvergunning voor een autobus van het Departamento di Transporte Publico (hierna: DTP) om als hulpchauffeur te kunnen werken, dient klager een verklaring omtrent het gedrag in te dienen. Die verklaring is bij bestreden beslissing van 3 november 2015 geweigerd, omdat klager op 6 oktober 2011 veroordeeld is tot een gevangenisstraf van drie jaren, met aftrek van voorarrest voor poging tot doodslag en op 14 november 2014 tot een gevangenisstraf van vier maanden vanwege mishandeling.
2.3
Bij de beoordeling of er, gelet op het doel waarvoor een verklaring omtrent het gedrag wordt verzocht, sprake is van bezwaren tegen de afgifte van een dergelijke verklaring, dient een belangenafweging plaats te vinden waarbij rekening dient te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.
2.4
Ter zitting is het belang van klager bij de gevraagde verklaring omtrent het gedrag voldoende aannemelijk geworden. Klager heeft de gevraagde verklaring nodig ter verkrijging van om als hulpchauffeur werkzaam te zijn. Aan de andere kant is er het belang van verweerder en degenen aan wie de verklaring omtrent het gedrag moet worden overgelegd.
2.5
Het gerecht overweegt in dit verband dat de feiten waarvan klager wordt verdacht, op zichzelf ernstig zijn. Verweerder heeft aangegeven dat er voldoende verband is tussen de aard van de delicten en de te vervullen functie. Voorts voert verweerder aan dat het gewelddadig gedrag wat klager heeft vertoont een risico kan vormen voor de passagiers die hij in de autobus zal vervoeren. Verweerder wijst erop dat er geen verklaring kan worden gegeven die naar het DTP de indruk wekt van een betrouwbare persoon zonder eerder veroordelingen, terwijl er eerdere en nog vrij recente zware veroordelingen zijn geweest.
2.6
Gelet op het een en ander is het gerecht van oordeel dat verweerder in dit geval de belangen van de klager bij afgifte van de verklaring omtrent het gedrag in redelijkheid niet zwaarder hoefde te laten wegen dan de bezwaren tegen die afgifte. De klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing werd gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag, 1 februari 2016, in aanwezigheid van de griffier.