Uitspraak
1.De procedureHet verloop van de procedure blijkt uit:
25 augustus 2016, waar de gemachtigden van partijen het woord hebben gevoerd aan de hand van de overgelegde pleitnotities en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer was sinds 2011 in dienst als peuterleidster bij de werkgever en werd op 10 juni 2016 op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming opnemen van onbetaald verlof. De werknemer stelde dat zij toestemming had gekregen van de coördinator en dat het ontslag niet rechtsgeldig was. De werkgever voerde aan dat het reglement geen verlof buiten de schoolvakanties toestaat en dat de werknemer een uitdrukkelijk verbod had genegeerd.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de werknemer weliswaar verlof had gevraagd, maar dat dit niet was verleend en dat zij op eigen risico was vertrokken. Het gerecht oordeelde dat het reglement een restrictief verlofbeleid hanteert dat redelijk is gezien de aard van het werk en de belangen van kinderen, ouders en collega’s. Het incidenteel verlenen van onbetaald verlof in het verleden betekent niet dat de werknemer hier recht op had.
Het ongeoorloofd verlof vormde een dringende reden voor ontslag op staande voet. De vordering tot doorbetaling van loon werd daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van loon na ontslag op staande voet wegens ongeoorloofd verlof wordt afgewezen.