ECLI:NL:OGEAA:2016:609

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 september 2016
Publicatiedatum
23 september 2016
Zaaknummer
K.G. 2135 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot afreizen minderjarige naar Zwitserland in kort geding

Vrouw, die het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige uitoefent, vordert in kort geding om Man en Land Aruba te gebieden haar met de minderjarige en haar dochter te laten uitreizen naar Zwitserland. De immigratiedienst van Land Aruba had de minderjarige belet uit te reizen. Man c.s. verzetten zich hiertegen en vorderen in reconventie een uitreisverbod en tijdelijke gezagsvoorziening.

De rechter oordeelt dat Vrouw primair beslist wat in het belang van de minderjarige is en dat niet is gebleken dat het belang van de minderjarige meer gediend is met een verblijf in Aruba. Vrouw heeft een baan in Zwitserland en de kinderen moeten daar naar school. De verhuizing maakt de omgangsregeling moeilijker, maar verdere omgang via telecommunicatie blijft mogelijk.

De rechter stelt vast dat Man niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het gezag zal krijgen of dat er gezamenlijk gezag zal worden uitgeoefend. Land Aruba heeft geen grond om het uitreizen te beletten. De vordering van Vrouw wordt toegewezen, de reconventionele vordering van Man afgewezen en Man c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Er wordt een dwangsom opgelegd voor het geval Man c.s. de uitreis verhinderen.

Uitkomst: Man en Land Aruba worden bevolen Vrouw met minderjarige en dochter te laten uitreizen naar Zwitserland, uitreisverbod en tijdelijke gezagsvoorziening worden afgewezen.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 9 september 2016
Behorend bij K.G. 2135 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
Vrouw,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. M.A. Ellis-Schipper,
tegen:
Man,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Man,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
en
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Land Aruba,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia,
tezamen ook te noemen: Man c.s.
DE PROCEDURE
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de pleitnota van Vrouw;
- de pleitnota van Land Aruba;
- de aantekeningen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 8 september 2016.
Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Vrouw is belast met het éénhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige], geboren [geboortedatum], verder; de minderjarige.
2.2
De minderjarige is erkend door Man.
2.3
Vrouw wenst met de minderjarige en een dochter uit een andere relatie te remigreren naar Zwitserland. Op 30 augustus 2016 heeft de immigratiedienst van Land Aruba de minderjarige belet uit te reizen.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Vrouw vordert – kort gezegd - Man c.s. te gebieden om Vrouw met haar gezin, de minderjarige en haar dochter, af te reizen naar Zwitserland.
3.2
Vrouw grondt de vordering erop dat zij het eenhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent en het in het belang van de minderjarig is om naar Zwitserland te verhuizen.
3.3
Man c.s. voeren hiertegen verweer.
3.4
In reconventie vordert Man – kort gezegd – een uitreisverbod en een tijdelijke gezagsvoorziening.
3.5
Vrouw voert hiertegen verweer.

4.DE BEOORDELING

4.1
De vordering in conventie is spoedeisend en zal worden toegewezen. Voorop staat dat Vrouw het éénhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent. Zij beslist dus primair wat het meest in het belang van de minderjarige is. Niet gebleken is dat het belang van de minderjarige meer gediend is bij een voortdurend verblijf in Aruba dan een verhuizing naar Zwitserland. Vrouw heef een baan in Zwitserland en de kinderen moeten daar zo snel mogelijk naar school.
4.2
Daarbij komt dat niet weersproken is dat Vrouw altijd al op enige termijn zou remigreren naar Zwitserland. Dat zij nu zou verhuizen heeft Vrouw dan ook niet voor Man en/of de Voogdijraad verborgen gehouden.
4.3
Uiteraard zal de verhuizing naar Zwitserland de omgangsregeling moeilijk maken. Niet gebleken is evenwel dat verdere omgang in Aruba of Zwitserland en in beperkte mate via telecommunicatiemiddelen onmogelijk wordt.
4.4
Onvoldoende aannemelijk is dat Man met het eenhoofdig gezag over de minderjarig zal worden belast of Vrouw en Man gezamenlijk de ouderlijke macht over de minderjarige zullen uitoefenen.
4.5
Uit het voorgaande vloeit voort dat Land Aruba geen grond heeft om het uitreizen van de minderjarige te beletten.
4.6
Uit het voorgaande vloeit ook voort dat de reconventionele vordering zal worden afgewezen. In reconventie zijn geen kosten gemaakt en wordt het gemachtigdensalaris begroot op nihil.
4.7
Als de in het ongelijk te stellen partijen zullen Man c.s. (deels hoofdelijk) tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld.
4.8
De rechter in kort geding zal de gevorderde dwangsom (ambtshalve) matigen en maximeren zoals hieronder aangegeven.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
gebiedt Man c.s. om Vrouw te laten uitreizen met haar gezin, te weten de minderjarige en de dochter van Vrouw, op straffe van een onmiddellijk na betekening van dit vonnis te verbeuren dwangsom van Afl. 1.000, per uur dat Man c.s., tezamen en alsdan hoofdelijk, of ieder voor zich en alsdan alleen die gedaagde die het gebod overtreedt, Vrouw verhinderen met haar gezin uit te reizen nadat zij zich daartoe bij de immigratiedienst van het vliegveld meldt, met een maximum van Afl. 100.000,;
wijst de reconventionele vordering af;
veroordeelt Man c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Vrouw worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht en Afl. 1.500, aan salaris van de gemachtigde en aan explootkosten ten laste van Man Afl. 256,70 en ten laste van Land Aruba Afl. 256,70;
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 9 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.