ECLI:NL:OGEAA:2016:680

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
5 oktober 2016
Publicatiedatum
10 oktober 2016
Zaaknummer
B.B. 1335 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering elektriciteitsrekening door Elmar tegen gedaagde

Elmar, een naamloze vennootschap gevestigd te Aruba, heeft elektriciteit geleverd aan gedaagde op basis van een overeenkomst. Gedaagde is in gebreke gebleven met de betaling van de elektriciteitsrekening, waarop Elmar de levering heeft gestaakt.

Gedaagde voert verweer dat zij met haar ex-echtgenoot had afgesproken dat hij de elektriciteitsrekening zou betalen vanwege zijn intensief gebruik voor monteurswerkzaamheden. De rechtbank oordeelt echter dat deze interne afspraak tussen gedaagde en haar ex-echtgenoot Elmar niet raakt en dat gedaagde de mogelijkheid had om haar ex-echtgenoot in vrijwaring te roepen, maar dit niet heeft gedaan.

De rechtbank wijst het verweer af en veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag van Afl. 1.093,24, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 27 maart 2015 en incassokosten van Afl. 163,99. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht en salaris gemachtigde.

De uitspraak werd gedaan op 5 oktober 2016 door rechter Y.M. Vanwersch in het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande elektriciteitsrekening met rente en kosten.

Uitspraak

Vonnis van 5 oktober 2016
Behorend bij B.B. 1335 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
N.V. ELMAR,
gevestigd te Aruba,
EISERES,
hierna ook te noemen: Elmar,
gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez,
tegen:
Gedaagde,
wonende in Aruba,
GEDAAGDE,
hierna ook te noemen: Gedaagde,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 8 juni 2016;
- de conclusie van antwoord, ingediend op 27 juli 2016.
1.2
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Elmar heeft op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst elektriciteit geleverd aan Gedaagde.
2.2
Met de betaling daarvan is Gedaagde in gebreke gebleven. Elmar heeft de levering van elektriciteit gestaakt.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Elmar vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Gedaagde tot betaling van Afl. 1.093,24, te vermeerderen met de wettelijke rente en incassokosten, met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten .
3.2
Elmar grondt de vordering erop dat Gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverbintenis en zij daardoor schade heeft geleden.
3.3
Gedaagde voert hiertegen verweer. Gedaagde stelt dat zij met haar ex-echtgenoot had afgesproken dat hij de elektriciteitsrekening zou aflossen aangezien hij veel elektriciteit gebruikte voor zijn monteurswerkzaamheden.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het verweer van Gedaagde faalt aangezien de interne verhouding tussen haar en haar ex-echtgenoot Elmar niet regardeert. Gedaagde had de mogelijkheid om haar ex-echtgenoot in vrijwaring op te roepen. Van deze mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt.
4.2
De vordering van Elmar zal daarom worden toegewezen.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
5.1
veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Elmar van een bedrag van Afl. 1.093,24, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 163,99, te vermeerderen met de wettelijke rente per jaar, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 27 maart 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;
5.2
veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Elmar worden begroot op Afl. 100,- aan griffierecht en Afl. 250,- aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.