ECLI:NL:OGEAA:2016:705
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake geldleningsovereenkomst en incasso tussen Aruba Bank en gedaagden
Aruba Bank heeft een civiele procedure gevoerd tegen twee gedaagden wegens niet-betaling van geldleningen en rekening-courantschulden. De bank verhoogde haar vordering jegens de eerste gedaagde met een bedrag uit hoofde van rekening-courantschuld en verlaagde de hoofdsom jegens de tweede gedaagde. De eerste gedaagde verzette zich niet tegen de eisvermeerdering, maar deze werd als te laat beschouwd en niet toegelaten om verdere vertraging te voorkomen.
De tweede gedaagde was niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat, ook indien de tweede gedaagde medecontractant zou zijn, de eerste gedaagde hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de terugbetaling. Een regresrecht van de eerste gedaagde op de tweede gedaagde kon niet worden aangenomen vanwege het ontbreken van gezag van gewijsde tussen hen.
De eerste gedaagde bracht geen inhoudelijk verweer meer na repliek, en er was geen aanwijzing voor misbruik van vorderingsrecht door Aruba Bank. De vorderingen werden grotendeels toegewezen, met compensatie van het gemachtigdensalaris vanwege gedeeltelijk ongelijk van de bank. De gedaagden werden veroordeeld tot betaling van hoofdsommen met rente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van hoofdsommen met rente en incassokosten, met gedeeltelijke compensatie van kosten.