Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2016:71

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 februari 2016
Publicatiedatum
15 februari 2016
Zaaknummer
A.R. 790 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 RvArt. 10 MerkenverordeningArt. 11 MerkenverordeningArt. 12 MerkenverordeningWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding behandeling verzoek tot nietigverklaring merkinschrijving wegens betekening en oproeping

In deze zaak verzochten de rechtspersonen X uit Zwitserland de nietigverklaring van een merkinschrijving van Y uit de Verenigde Staten wegens mogelijke herkomstverwarring. Y is niet verschenen tijdens de zitting. Het gerecht constateerde dat de griffier niet heeft voldaan aan de verplichtingen tot kennisgeving aan het Bureau voor intellectuele eigendom en de verweerder, zoals voorgeschreven in de Merkenverordening.

Daarnaast bleek uit het dossier dat de betekening van het verzoek aan de directeur van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba is gedaan, maar het is onduidelijk of dit stuk tijdig aan de verweerder is overhandigd. Omdat Aruba en de Verenigde Staten partij zijn bij het Haags Betekeningsverdrag, moet de betekening voldoen aan de daarin gestelde eisen. Het gerecht stelde vast dat niet is gebleken dat aan deze eisen is voldaan.

Daarom besloot het gerecht de verdere behandeling van het verzoek aan te houden totdat is vastgesteld dat de griffier de vereiste kennisgevingen heeft gedaan, dat de betekening correct is uitgevoerd en dat de verweerder de mogelijkheid heeft gehad om verweer te voeren. De zaak is pro forma verwezen naar een zitting op 8 maart 2016 en verdere beslissingen zijn aangehouden.

Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot nietigverklaring van de merkinschrijving wordt aangehouden wegens onduidelijkheid over correcte betekening en oproeping.

Uitspraak

Beschikking van 9 februari 2016
Behorend bij .A.R. 790 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
de rechtspersonen naar vreemd recht
A
en
B,
te Zwitserland, mede woonplaats kiezend te Aruba,
hierna gezamenlijk en in enkelvoud ook te noemen: X,
gemachtigde: de advocaat mr. D. Canwood,
tegen:
de rechtspersoon naar vreemd recht
C,
te New York, Verenigde Staten van Amerika,
hierna ook te noemen: Y,
niet verschenen.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
X is rechthebbende op het merk X voor onder meer de waren- en dienstenmerkklasse 14.
2.2
Y heeft op 25 juli 2014 het met D doen inschrijven voor onder meer de waren- en dienstenklasse 14.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
X verzoekt de merkinschrijving voor het beeldmerk D onder inschrijvingsnummer [nummer] voor klasse [klasse] nietig te verklaren en de doorhaling van die inschrijving in het merkenregister te bevelen, met veroordeling van Y tot vergoeding van de proceskosten.
3.2
X grondt het verzoek erop dat door het merkgebruik sprake kan zijn van herkomstverwarring van producten die onder het gewraakte merk op de markt worden gebracht.
3.3
Y is niet verschenen.

4.DE BEOORDELING

4.1
De onderhavige zaak is op de griffie van het gerecht ingeboekt als procedure op de Algemene Rol. Ingevolge artikel 12 lid 7 van Pro de Merkenverordening (Mv) beslist het gerecht bij beschikking op een verzoek tot nietigverklaring van de inschrijving van een merk zodat de zaak ten onrechte werd ingeschreven op de Algemene Rol. Dat is bij deze hersteld.
4.2
Ingevolge artikel 10 Mv Pro kan een merkrechthebbende nietigverklaring van een inbreukmakend merk verzoeken bij het Gerecht in Eerste Aanleg. Van zo’n verzoek wordt door de griffier binnen drie dagen aan het Bureau voor de intellectuele eigendom (verder: het Bureau) schriftelijk kennis gegeven. Het is het gerecht niet gebleken dat hieraan door de griffier voldaan is. De griffier zal worden gelast alsnog kennisgeving van het verzoek te doen als bedoeld in artikel 11 Mv Pro.
4.3
Ingevolge artikel 12 derde Pro lid Mv wordt de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 10 Mv Pro niet gegeven dan na verhoor of behoorlijke oproeping van verweerder. De griffier deelt de dag van behandeling aan het Bureau schriftelijk mee. Het is het gerecht niet gebleken dat hieraan door de griffier voldaan is. De griffier zal worden gelast alsnog kennisgeving van de dag van behandeling te doen als bedoeld in artikel 12 lid 3 Mv Pro.
4.4
Ingevolge artikel 12 derde Pro lid Mv wordt de dag van behandeling van het verzoek door verzoeker aan verweerder bekend gemaakt door betekening van het verzoek en de daarop bepaalde dag van behandeling daarvan aan verweerder. Uit het dossier blijkt dat verweerder in opdracht van de griffier is opgeroepen te verschijnen op de (rol)zitting van woensdag 1 juli 2015. Kennisgeving van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 maart 2015 door betekening overeenkomstig artikel 5 aanhef Pro en onder 8 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), van het verzoek en de datum van behandeling aan de directeur van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Land Aruba (DWJZ).
4.5
Nu de Merkenverordening zelf geen betekeningsvoorschriften bevat, anders dan dat betekening vanwege verzoeker plaatsvindt en niet vanwege de griffier, wordt de vraag of, niettegenstaande de omstandigheid dat verweerder niet op de daarvoor bepaalde dag is verschenen, het verzoek in behandeling kan worden genomen beheerst door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Nu niet blijkt dat betekening van het verzoek vanwege verzoeker op een andere manier moest plaatsvinden dan aan de directeur DWJZ is verweerder niet in zijn belang geschaad waar betekening van het verzoek aan de desbetreffende autoriteit vanwege de griffier en niet vanwege verzoeker heeft plaatsgevonden.
4.6
Ingevolge artikel 5 aanhef Pro en onder 8 Rv draagt de directeur DWJZ er zoveel mogelijk zorg voor dat het stuk de belanghebbenden ten spoedigste bereikt. Uit het dossier blijkt niet dat hieraan is voldaan. Het gerecht zal de griffier opdragen bij de directeur te informeren hoe aan dit voorschrift is voldaan.
4.7
Land Aruba is sinds 27 juli 1986 partij bij het Haags Betekeningsverdrag 1965, zoals ook de Verenigde Staten van Amerika dat zijn.
4.8
Artikel 15 van Pro het Haags Betekeningsverdrag, in de Nederlandse vertaling, luidt:
Wanneer een stuk dat het geding inleidt of een daarmede gelijk te stellen stuk ter betekening of kennisgeving overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het buitenland moest worden gezonden en de verweerder niet is verschenen, houdt de rechter de beslissing aan totdat is gebleken dat:
a.
a) hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen,
b) hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in dit Verdrag geregelde wijze, en dat de betekening of de kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te voeren.
Iedere Verdragsluitende Staat is bevoegd te verklaren dat zijn rechters in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een beslissing kunnen geven, ook als geen bewijs, hetzij van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte is ontvangen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
a.
a) het stuk is toegezonden op een van de in dit Verdrag geregelde wijzen,
b) sedert het tijdstip van toezending van het stuk een termijn is verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval zal worden vastgesteld, doch die ten minste zes maanden zal bedragen,
c) in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen geen bewijs kon worden verkregen.
Het bepaalde in dit artikel belet niet dat door de rechter in spoedeisende gevallen voorlopige of conservatoire maatregelen kunnen worden genomen.
4.9
Het is het gerecht niet gebleken dat Land Aruba, anders dan Nederland, van de mogelijkheid gebruik heeft gemaakt om de rechter de bevoegdheid te verlenen een beslissing te nemen, ook als geen bewijs van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte is ontvangen.
4.1
Het gerecht zal verder behandeling van het verzoek daarom aanhouden totdat gebleken is dat:
1) de griffier kennisgeving van het verzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 11 Mv Pro;
2) de griffier kennisgeving van de dag van behandeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 12 lid 3 Mv Pro;
3) door middel van de griffier informatie is verkregen hoe door de directeur DWJZ is voldaan aan het voorschrift, dat zoveel mogelijk ervoor zorg is gedragen dat het stuk de belanghebbenden ten spoedigste bereikt;
4) is voldaan aan het voorschrift van artikel 15 Haags Pro Betekeningsverdrag 1965.
4.11
De zaak zal daartoe pro forma worden verwezen naar de behandeling van extra judiciële zaken (EJ-zitting) van 8 maart 2016.
4.12
Het gerecht houdt iedere verder beslissing aan.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
verwijst de zaak pro forma naar de zitting van 8 maart 2016;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 9 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.