Uitspraak
THE RITZ CARLTON ARUBA,
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Director of Spa” tegen een bruto maandsalaris van Afl. 9.695,83.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De eiseres trad op 19 augustus 2013 in dienst bij DHC Aruba N.V. als Director of Spa. Op 6 september 2016, haar eerste werkdag na vakantie, werd zij door DHC op de werkvloer geconfronteerd met een ontslagbrief met diverse klachten, waaronder ondeugdelijke payroll-administratie. Deze brief werd haar niet uitgereikt. Vervolgens tekende zij een beëindigingsovereenkomst, die DHC later introk en haar per 8 september 2016 op staande voet ontsloeg.
Eiseres betwistte de geldigheid van het ontslag op staande voet en stelde dat de dringende redenen niet adequaat aan haar waren medegedeeld. DHC kon niet aantonen dat de ontslagbrief aan eiseres was overhandigd, noch dat de verwijten tijdens het gesprek waren besproken. Het Gerecht oordeelde dat DHC niet voldeed aan de vereisten voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet.
Het Gerecht beveelt DHC om eiseres binnen 24 uur na betekening weder in haar functie te plaatsen en veroordeelt DHC tot doorbetaling van loon vanaf 6 september 2016 tot een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Tevens wordt DHC veroordeeld in de proceskosten en opgelegd een dwangsom bij niet-naleving van het bevel tot wedertewerkstelling.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en DHC wordt bevolen eiseres weder te werk te stellen met doorbetaling van loon.