ECLI:NL:OGEAA:2016:809
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht van ouders in Aruba
In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 15 november 2016 uitspraak gedaan over het verzoek tot kinderalimentatie door de moeder ten behoeve van haar drie minderjarige kinderen, erkend door de vader. De moeder verzocht de vader tot betaling van alimentatiebedragen van respectievelijk Afl. 650,-, Afl. 700,- en Afl. 700,- per maand voor de drie kinderen.
Het gerecht hanteerde richtbedragen voor de behoefte van de kinderen, waarbij voor kinderen jonger dan 12 jaar een bedrag van Afl. 450,- per maand geldt en voor kinderen van 12 jaar en ouder die niet op Colegio Arubano zitten, Afl. 650,- per maand. De door de moeder opgevoerde kosten werden niet betwist, waardoor de behoefte werd vastgesteld op Afl. 650,- voor het oudste kind en Afl. 700,- voor de twee jongere kinderen.
De draagkracht van de ouders werd vastgesteld aan de hand van hun netto salarissen en vaste lasten. De moeder heeft een netto maandinkomen van circa Afl. 1.614,- en houdt na lasten een bedrag van ongeveer Afl. 943,- over. De vader heeft een netto maandinkomen van circa Afl. 2.474,- en houdt na lasten ongeveer Afl. 1.135,- over. Gezien deze verhoudingen en overige omstandigheden werd de vader veroordeeld tot maandelijkse bijdragen van Afl. 355,-, Afl. 382,- en Afl. 382,- voor respectievelijk de drie minderjarigen, te betalen aan de Voogdijraad vanaf 13 april 2016.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: De vader wordt veroordeeld tot maandelijkse kinderalimentatiebetalingen aan de Voogdijraad vanaf 13 april 2016.