ECLI:NL:OGEAA:2016:83

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
9 februari 2016
Publicatiedatum
15 februari 2016
Zaaknummer
E.J. no. 1589 van 2015
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1615u BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag en ontbreken bewijs arbeidsovereenkomst

Verzoekster X vordert betaling van achterstallige lonen en medische kosten wegens kennelijk onredelijk ontslag door verweerder Y. Zij stelt dat zij vanaf 5 september 2014 in dienst was als inwonende dienstbode bij Y. Verweerder betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst en voert niet-ontvankelijkheid aan.

Het Gerecht oordeelt dat X geen bewijs heeft geleverd van het dienstverband, waardoor haar vordering reeds op dat punt faalt. Daarnaast overweegt het Gerecht dat op een werkgever geen verplichting rust om een werknemer aan te melden bij de AZV of anderszins te verzekeren tegen ziektekosten.

Voorts wijst het Gerecht op de verjaringstermijn van zes maanden voor vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag, zoals bepaald in artikel 7A:1615u BW. Aangezien het ontslag volgens X per 1 januari 2015 plaatsvond en het verzoekschrift pas op 23 juli 2015 is ingediend, is de vordering verjaard. Er is geen stuiting van de verjaring gebleken.

X wordt veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitgesproken op 9 februari 2016 door rechter A.H.M. van de Leur.

Uitkomst: De vordering van verzoekster wordt afgewezen wegens ontbreken bewijs arbeidsovereenkomst en verjaring van de schadevordering.

Uitspraak

Beschikking van 9 februari 2016
Behorend bij E.J. no. 1589 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING in de zaak van:
X,
wonende in Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: X,
gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff,
tegen:
Y,
wonende in Aruba,
verweerder,
hierna ook te noemen: Y,
gemachtigden: de advocaten mrs. D.G. Illes en E.M.J. Cafarzuza.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het verzoekschrift, met producties;
-het verweerschrift, met producties;
-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 13 oktober 2015.
1.2
Uit die aantekeningen blijkt dat X samen met haar gemachtigde en dat Y samen met zijn gemachtigden ter zitting zijn verschenen. X heeft ter zitting gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift, en dat onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten producties. Y heeft vervolgens gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op de reactie van X, zulks eveneens onder overlegging van een pleitnota.
1.3
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

2.1
X verzoekt het Gerecht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:
Y “
te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van deze uitspraak bij wijze van schadeloosstelling aan verzoekster tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen: al de lonen van verzoekster ad. Afl. 763,55 respectievelijk Afl. 1.636,70 bruto per maand vanaf 5 september 2014 tot en met eind juni 2015, in totaal derhalve 10 maanden, totaliserend het bedrag van Afl. 12.874,40, vermeerderd de wettelijke rente over al de gevorderde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening toe, vermeerderd met de kosten van medische behandeling ad Afl. 382,50.”, kosten rechtens.
2.2
Y voert verweer en concludeert dat het verzoekschrift van X nietig moet worden verklaard, althans dat X niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.
2.3
Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1
Het Gerecht ziet geen grond tot nietigverklaring van het verzoekschrift, en er zijn evenmin gronden gesteld of gebleken waaruit volgt dat X niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Deze weren van Y worden daarom verworpen.
3.2
Alle vorderingen van X, wat van de inhoud en helderheid daarvan ook zij, zijn gegrond op de stelling dat X vanaf 5 september 2014 krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst als inwonende dienstbode in loondienst is getreden van Y. Die stelling heeft Y gemotiveerd bestreden, en staat daarom niet vast. Die stelling komt in deze procedure ook niet vast te staan, omdat X geen levering van bewijs heeft aangeboden. Bij die stand van zaken moet het door X verzochte reeds worden afgewezen.
3.3
Bij dit alles - en dat wordt ten overvloede overwogen - komt nog het volgende. Op een werkgever rust niet de verplichting om een bij hem in dienst zijnde werknemer aan te melden bij de AZV, en evenmin rust op een werkgever de verplichting om een bij hem in dienst zijnde werknemer anderszins te verzekeren tegen ziektekosten. Voorts heeft te gelden dat een vordering tot schadevergoeding uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag - en daar heeft Y terecht op gewezen - ingevolge het bepaalde in artikel 7A:1615u BW verjaart na verloop van zes maanden na het ontslag. Volgens X is sprake van een kennelijk onredelijk ontslag, en dat - naar het Gerecht begrijpt - per 1 januari 2015, terwijl het verzoekschrift is ingediend op meer dan zes maanden na die datum, te weten op 23 juli 2015. Gesteld noch is gebleken in dat verband dat X de verjaring van haar rechtsvordering uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag tijdig heeft gestuit.
3.4
X zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Y, tot aan deze uitspraak begroot op
Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 900,-- per punt).

4.DE BESLISSING

Het Gerecht:
-wijst af het door X verzochte;
-veroordeelt X in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Y, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.800,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 9 februari 2016.