Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
“3.3. Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat de man met 2.500,= per maand zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoering van hun dochter. Het gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.”
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Partijen zijn ex-echtelieden en hebben in een eerdere beschikking van januari 2011 afgesproken dat de vader 2.500 gulden per maand zou bijdragen aan de verzorging en opvoeding van hun minderjarige dochter. De vader heeft echter vanaf januari 2011 slechts 1.000 gulden per maand betaald.
De vader verzoekt de alimentatie te wijzigen naar het lagere bedrag van 1.000 gulden, stellende dat partijen een andere afspraak hebben gemaakt en dat hij niet voldoende draagkracht heeft voor het hogere bedrag. De moeder voert verweer tegen deze wijziging.
Het gerecht oordeelt dat ondanks de eerdere afspraak partijen zich kunnen beroepen op wijziging van omstandigheden conform artikel 1:401 BW Pro Aruba. Gezien het feit dat de vader al geruime tijd het lagere bedrag betaalt en niet is gebleken dat de behoefte van het kind anders werd aangevuld, acht het gerecht het verzoek tot wijziging toewijsbaar. De proceskosten worden gecompenseerd omdat partijen ex-echtelieden zijn.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 1 januari 2011 vastgesteld op 1.000 gulden per maand.