ECLI:NL:OGEAA:2016:888

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 december 2016
Publicatiedatum
9 januari 2017
Zaaknummer
A.R. 2783 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot overdracht aandelen Pizza Empire en Mamuris Restaurant

Eiser en Gedaagde hadden een langdurige affectieve relatie en waren betrokken bij oprichting van twee naamloze vennootschappen: Pizza Empire N.V. en Mamuris Restaurant N.V. Eiser stelt dat hem 50% van de aandelen in beide vennootschappen toebehoren en vordert overdracht van deze aandelen van Gedaagde.

Het gerecht constateert dat de vorderingsgrondslag onduidelijk is. Met betrekking tot Pizza Empire blijkt dat de aandelen mogelijk door een derde partij voor Eiser worden gehouden en niet aan Gedaagde zijn overgedragen. Hierdoor kan Gedaagde niet worden verplicht tot overdracht van aandelen die zij niet bezit.

Wat betreft Mamuris Restaurant is onduidelijk op welke aandelen Eiser aanspraak maakt, aangezien de aandelen bij oprichting aan andere partijen zijn uitgegeven. Het gerecht verwijst de zaak naar de rol voor nadere conclusies en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: Vordering tot overdracht van aandelen wordt afgewezen en zaak verwezen voor nadere conclusies.

Uitspraak

Vonnis van 7 december 2016
Behorend bij A.R. 2783 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
Eiser,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Eiser,
gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,
tegen:
Gedaagde,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Gedaagde,
gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Partijen hebben 17 jaar lang een affectieve relatie gehad waaraan in januari 2015 een einde is gekomen.
2.2
In 2005 is opgericht door Eiser en [A] de naamloze vennootschap The Pizza Empire N.V. (verder: Pizza Empire). Bij de oprichting zijn 100 aandelen op naam geplaatst, waarvan 60 bij Eiser en 40 bij [A]. Als directeuren zijn bij de oprichting benoemd Gedaagde en [B] (verder: [B]).
2.3
Op 10 februari 2011 is opgericht door Gedaagde en de stichting Stichting Particulier Fonds Raffles5 (verder: Raffles5), vertegenwoordigd door Eiser, de naamloze vennootschap Mamuris Restaurant N.V. (verder: Mamuris). Bij de oprichting zijn 100 aandelen op naam geplaatst, waarvan 55 bij Gedaagde en 45 bij Raffles5. Als directeur is bij de oprichting benoemd Gedaagde.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
Eiser vordert verklaring voor recht dat aan hem 50% van de aandelen Pizza Empire en Mamuris toebehoren, met – uitvoerbaar bij voorraad bevel aan Gedaagde om de aandelen aan Eiser of een door hem aan te wijzen derde over te dragen, op straffe van een dwangsom, met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten.
3.2
Gedaagde voert hiertegen verweer.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht merkt, zonodig onder toepassing van artikel 118 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering, op dat de vorderingsgrondslag van Eiser met betrekking tot de aandelen niet duidelijk is.
4.2
Met betrekking tot Pizza Empire stelt Eiser dat verschillende (rechts)personen aandeelhouder zijn geweest. Eiser en Gedaagde hebben de aandelen op naam van Gedaagde gezet waarbij de afspraak is dat zij die aandelen zou houden voor Eiser, aldus de laatste [1] . Welke aandelen dat zijn is niet duidelijk. Het gerecht wil aannemen dat het hier gaat om 50 van de 60 aandelen die Eiser bij oprichting van de vennootschap heeft verworven.
Vervolgens stelt Eiser echter dat “de aandelen”, waarmee het gerecht aanneemt worden bedoeld: de 50 aandelen Pizza Empire die Eiser bij de oprichting heeft verkregen, nimmer door [C] aan Gedaagde zijn overgedragen. [C] zou “de aandelen” nog immer voor Eiser houden.
Ten slotte stelt Eiser dat in 2008 de afspraak werd gemaakt dat “de aandelen” op naam van Gedaagde zouden worden gesteld in verband met de strafrechtelijke vervolging van Eiser. Deze overdracht heeft echter nooit plaatsgevonden, aldus opnieuw Duijnveld [2] .
4.3
Als juist is dat de 50 aandelen van Eiser - vanaf enig moment – door [C] voor Eiser werden gehouden en niet aan Gedaagde zijn overgedragen valt niet in te zien hoe Eiser zich toch op het standpunt kan stellen, dat Gedaagde op straffe van een dwangsom verplicht moet worden om die aandelen aan Eiser of een door hem aan te wijzen derde over te dragen. Volgens Eiser zelf kan Gedaagde daaraan nooit voldoen omdat zij nooit eigenaar is geworden.
4.4
Ter voorkoming van verrassingsbeslissingen zal Eiser in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten. Eiser zal dan ook duidelijk moeten maken welke aandelen(nummers) aan hem moeten worden overgedragen, aangenomen dat dat nog nodig is en hij zich niet eenvoudig tot [C] kan wenden met het verzoek het houderschap te beëindigen.
4.5
Met betrekking tot de aandelen Mamuris is niet duidelijk waaraan Eiser zijn eigendomsaanspraken ontleent. Deze aandelen, althans 45 aandelen op naam, zijn immers bij oprichting aan Raffles5 uitgegeven, niet aan Eiser. De overige 55 aandelen zijn van meet af aan aan Gedaagde uitgegeven. Niet duidelijk is op welke aandelen Eiser nu aanspraak maakt en waarom. Gedaagde heeft deze aandelen overgedragen gekregen van Raffles5, niet van Eiser.
4.6
Het gerecht zal de zaak naar de rol verwijzen voor nadere conclusie op deze punten (r.o. 4.3 en 4.5). Gedaagde kan daarop dan bij antwoordconclusie reageren.
4.7
Het gerecht houdt iedere verdere beslissing aan.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
verwijs de zaak naar de rol van 1 februari 2017 voor conclusie na tussenvonnis zijdens Eiser (
P1);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Inleidend verzoek onder 10.
2.Conclusie van repliek onder 16.