ECLI:NL:OGEAA:2016:89

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
3 februari 2016
Publicatiedatum
16 februari 2016
Zaaknummer
A.R. 2666 van 2013
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen IP Globalcom wegens formele rechtskracht vergunningen en gebrek aan causaal verband

IP Globalcom N.V., Sovereign Development Company N.V. en een derde eiser procedeerden tegen Land Aruba en de minister van Financiën, Communicatie, Utiliteiten en Energie. IP Globalcom exploiteert telecommunicatiediensten en vorderde onder meer een algemene telecommunicatievergunning en schadevergoeding wegens het onthouden daarvan.

De minister werd als bestuursorgaan aangemerkt, waardoor geen burgerlijke vorderingen tegen hem kunnen worden ingesteld. Daarnaast ontbrak een causaal verband tussen de vermeende schade van Sovereign Development en eiser 3 en een onrechtmatige daad van Land Aruba. Het geschil betrof vooral de vraag of IP Globalcom ten onrechte vergunningen werden onthouden.

Het gerecht oordeelde dat vergunningen of weigeringen daarvan formele rechtskracht hebben en dat het bestuursrechtelijke traject gevolgd had moeten worden. Hierdoor kon geen onrechtmatigheid worden vastgesteld. De vorderingen werden afgewezen en IP Globalcom c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van IP Globalcom c.s. worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 3 februari 2016
Behorend bij A.R. 2666 van 2013
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
IP GLOBALCOM N.V.,
de naamloze vennootschap
SOVEREIGN DEVELOPMENT COMPANY N.V.,
en
eiser 3,
allen te Aruba,
hierna ook te noemen: IP Globalcom c.s. respectievelijk IP Globalcom, Sovereign Development en eiser 3,
procederend in (de) persoon (van de directeur),
tegen:
HET LAND ARUBA,
en
DE MINISTER VAN FINANCIËN, COMMUNICATIE, UTILITEITEN EN ENERGIE,
te Aruba,
hierna ook te noemen: Land Aruba c.s. respectievelijk Land Aruba en de minister,
gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Passchier.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
IP Globalcom exploiteert een onderneming die telecommunicatiediensten aanbiedt op Aruba. Sovereign Development is verbonden aan IP Globalcom en Eiser 3 en heeft zekerheid verschaft in verband met door de bank aan IP Globalcom verstrekte leningen. Eiser 3 heeft eveneens zekerheid verschaf aan de bank voor aan IP Globalcom verstrekte leningen.
2.2
Vanaf 2003 heeft IP Globalcom, kort gezegd, gepoogd haar telecommunicatiediensten (ook) via een onderzeese glasvezelkabel te kunnen aanbieden. In dat verband heeft IP Globalcom vergunningen aangevraagd en (mede) via administratiefrechtelijke procedures, zonder het gewenste resultaat, getracht tot vergunningverlening te komen.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
IP Globalcom c.s. vorderen, samengevat, vijfenvijftig verklaringen voor recht met veroordeling tot schadevergoeding en een gebod IP Globalcom een algemene telecommunicatievergunning wordt verleend met nevensconcessies, met veroordeling van Land Aruba c.s. tot vergoeding van de proceskosten.
3.2
IP Globalcom c.s. gronden de vordering erop dat IP Globalcom onrechtmatig vergunningen worden onthouden en zij daardoor schade leiden.
3.3
Land Aruba c.s. voeren hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van IP Globalcom c.s. in de proceskosten.

4.DE BEOORDELING

4.1
De minister in zijn hoedanigheid van minister is geen (rechts)persoon maar een bestuursorgaan van Land Aruba. Dat brengt met zich mee dat jegens de minister in die hoedanigheid geen vordering naar burgerlijk recht aanhangig gemaakt kan worden. De vorderingen stuiten daarop af. Nu niet gebleken is dat de minister in dit geding zelfstandig proceskosten heeft gemaakt kan een veroordeling tot vergoeding daarvan achterwege blijven.
4.2
Aangenomen dat Sovereign Development of Eiser 3 schade hebben geleden doordat aan IP Globalcom niet de door haar gewenste vergunning(en) werd(en) verleend door Land Aruba bestaat tussen die schade en enige onrechtmatigheid van Land Aruba onvoldoende causaal verband. De vorderingen van Sovereign Development en Eiser 3 stuiten daarop af.
4.3
De vorderingen raken vrijwel alle aan de kwestie of IP Globalcom ten onrechte de door haar gewenste vergunning of vergunningen is of zijn onthouden. In een burgerrechtelijk geschil met de overheid als vergunningverlener, dient er echter vanuit te worden gegaan dat een vergunning of een (al dan niet fictieve) weigering een vergunning te verlenen is, kan of had kunnen worden getoetst door de bestuursrechter in een procedure op basis van de Landsverordening administratief recht. Het vergeefs of niet volgen van die weg brengt in een burgerrechtelijk geding met zich mee, dat aan een vergunning of de (fictieve) weigering die te verlenen formele rechtskracht toekomt, zowel wat betreft de inhoud als de wijze van totstandkoming. Voorgaande brengt, behoudens hier niet aan de orde zijnde uitzonderingen, met zich mee dat Land Aruba niet onrechtmatig jegens IP Globalcom heeft gehandeld. Bij toewijzing van vorderingen die niet afstuiten op het voorgaande heeft IP Globalcom geen belang zodat die onbesproken kunnen blijven. Voor een gebod als gevorderd is in dit geding geen plaats.
4.4
De vorderingen stuiten daarop af. Als de in het ongelijk te stellen partijen zullen IP Globalcom c.s. de proceskosten van Land Aruba moeten vergoeden..

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt IP Globalcom c.s. in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Land Aruba worden begroot op Afl. 1.800, aan salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.