ECLI:NL:OGEAA:2016:893
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling in kort geding wegens onnodige procedure door Arubaanse Luchtvaartmaatschappij
In deze zaak vorderde de Arubaanse Luchtvaartmaatschappij (ALM) na vermindering van eis dat Gedaagde in de kosten van de procedure werd veroordeeld. Gedaagde verzocht op zijn beurt om ALM in de kosten te veroordelen.
Vast stond dat Gedaagde een titel had tegen ALM voor een bedrag van 172.500 gulden, waarvan ALM reeds betalingen in verschillende termijnen had verricht. Een restant van 25.000 gulden bleef openstaan, dat ALM onder de deurwaarder wilde storten conform artikel 480 en Pro 481 Rv, met instemming van Gedaagde. Later ontstond onduidelijkheid over de toepasselijkheid van deze artikelen en de aanspraak op het gestorte bedrag.
Het gerecht oordeelde dat het niet onredelijk was dat Gedaagde het beslag niet direct wilde opheffen vanwege onzekerheid over zijn exclusieve aanspraak. ALM had nagelaten in overleg heldere afspraken te maken en handelde in strijd met artikel 6:2 BWA Pro door het kort geding te starten terwijl een oplossing nabij was. Daarom wees het gerecht de vordering van ALM af en veroordeelde haar in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De vordering van ALM wordt afgewezen en ALM wordt veroordeeld in de kosten van Gedaagde.