Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE BEOORDELING
4.DE UITSPRAAK
Overeenkomst” en de eveneens aldaar vermelde “
Addenda”, respectievelijk de in het verzoekschrift onder 2.6 vermelde “
Garantie”, gerekend vanaf 17 november 2016;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze kort geding procedure heeft de Bank, gevestigd in Duitsland, een schuldvordering ingediend tegen drie in Aruba gevestigde scheepvaartmaatschappijen: Albatros Shipping Inc., Marinic Shipping Company en Rogilda Maritime Co. De Bank vorderde betaling van ruim 33,5 miljoen US dollars, vermeerderd met rente en kosten, gebaseerd op contractuele afspraken.
Tijdens de zitting op 8 december 2016 verschenen beide partijen met hun advocaten. De Bank heeft haar eis verminderd, welke vermindering door de gedaagden niet werd betwist. De gedaagden erkenden de vordering van de Bank, waardoor het spoedeisend belang en de kans op toewijzing in een bodemprocedure duidelijk waren.
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba oordeelde dat de vordering toewijsbaar is en veroordeelde Albatros c.s. hoofdelijk tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met rente en kosten, alsmede de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 14 december 2016 in het openbaar uitgesproken door rechter A.H.M. van de Leur.
Uitkomst: De Bank wordt in kort geding toegewezen tot betaling van meer dan 33 miljoen US dollars en proceskosten door Albatros c.s.