ECLI:NL:OGEAA:2017:1007
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na verlening van de gevraagde verblijfsvergunning
Appellante had bij verweerder een verzoek ingediend om een verblijfsvergunning om bij haar echtgenoot te verblijven. Dit verzoek werd aanvankelijk bij beschikking van 7 december 2016 afgewezen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar.
Tijdens de procedure gaf appellante aan dat de vergunning inmiddels was verleend, waardoor het belang bij het beroep was komen te vervallen. De rechter verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk. De fictieve afwijzende beschikking werd geacht te zijn ingetrokken of gewijzigd ten gunste van appellante.
De rechter gelastte de terugbetaling van het betaalde griffierecht aan appellante. Omdat het beroep niet tot vernietiging van de beschikking leidde, was er geen grondslag voor een veroordeling in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vergunning inmiddels is verleend, met terugbetaling van het griffierecht.