ECLI:NL:OGEAA:2017:1051

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
15 juni 2017
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
CVB nr. 2145 van 2014
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
  • J.R. Geerman
  • E. de Cuba
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen arbeidsgeschiktheidsbesluit Sociale Verzekeringsbank

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin zij per 2 september 2014 als arbeidsgeschikt werd aangemerkt. Zij betoogde dat zij nog steeds pijnklachten had en daarom niet arbeidsgeschikt kon zijn.

Het College van Beroep heeft het beroep behandeld op 2 juni 2016, waarbij appellante niet aanwezig was ondanks geldige oproeping. De controlerend arts van de bank had bij zijn oordeel alle beschikbare medische informatie betrokken en is als specialist bevoegd om te beoordelen of appellante in staat is tot werk.

Het College acht de arbeidsgeschiktheid vanaf 2 september 2014 aannemelijk gelet op het oordeel van de controlerend arts en verklaart het beroep ongegrond. Hiermee blijft het besluit van de Sociale Verzekeringsbank in stand.

Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard en het besluit dat zij per 2 september 2014 arbeidsgeschikt is blijft in stand.

Uitspraak

Uitspraak van 15 juni 2017
CVB nr. 2145 van 2014
COLLEGE VAN BEROEP
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van:
[ X ],
wonende in Aruba,
APPELLANTE,
gemachtigde: mr. [ A ],
tegen
DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK,
gevestigd te Aruba,
GEREKESTREERDE, hierna te noemen de bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Bij brief van 1 september 2014, door appellant ontvangen op 3 september 2014, heeft de bank besloten dat appellante vanaf 2 september 2014 arbeidsgeschikt is voor haar normale arbeid.
1.2
Daartegen heeft appellante op 10 september 2014 beroep aangetekend bij dit College.
1.3
Op 27 november 2014 heeft de bank een verweerschrift ingediend.
1.4
Het beroep van appellante is behandeld op de bijeenkomst van dit college van 2 juni 2016, alwaar namens de bank aanwezig waren drs. M. Schaad, verzekeringsarts en mevrouw N. Faarup, juridische medewerker, bijgestaan door de advocaat voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.

2.DE BEOORDELING

2.1
Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank en stelt dat zij ten onrechte per 2 september 2014 arbeidsgeschikt is verklaard. Zij voert daartoe aan dat zij nog continu pijn heeft.
2.2
Uit de door partijen overgelegde – en niet weersproken – stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam gebleken dat de controlerend arts van de bank bij zijn oordeel en besluitvorming ter zake van de arbeidsgeschiktheid van appellante alle beschikbare medische informatie heeft betrokken. Gelet hierop en nu de controlerend arts bij uitstek de specialist is die de vraag dient te beantwoorden of appellante in staat is tot het verrichten van werk, en deze vraag in dit geval bevestigend is beantwoord, is naar het oordeel van het College aannemelijk geworden dat appellante vanaf 2 september 2014 arbeidsgeschikt moet worden geacht.
2.3
Dit leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

3.DE BESLISSING

Het college:
-verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.