ECLI:NL:OGEAA:2017:111

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
27 februari 2017
Zaaknummer
EJ nr. 2226 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26 BWA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot bekrachtiging buitenlands voogdijvonnis voor registratie in Aruba

Verzoekster, de grootmoeder moederszijde, verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om een buitenlands vonnis uit de Dominicaanse Republiek inzake voogdij over twee minderjarigen te bekrachtigen. Dit verzoek was gericht op het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba, zodat de DIMAS de aanvraag voor een verblijfsvergunning van de minderjarigen kon verwerken.

De minderjarigen zijn geboren in de Dominicaanse Republiek, waar de voogdij aan verzoekster was toegekend door een buitenlandse rechterlijke uitspraak van 22 april 2015. Verzoekster trad in persoon op tijdens de zitting en het verzoekschrift was ingediend op 12 september 2016.

Het gerecht oordeelde dat het buitenlandse vonnis niet vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand van Aruba, omdat dergelijke registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Daarom kon het verzoek niet worden toegewezen.

De beschikking werd gegeven door rechter N.K. Engelbrecht op 14 februari 2017, waarbij het verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot bekrachtiging van het buitenlandse voogdijvonnis voor opname in het register van de burgerlijke stand werd afgewezen.

Uitspraak

Beschikking van 14 februari 2017
Behorend bij EJ nr. 2226 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van
[X],
wonende in Aruba,
VERZOEKSTER, hierna: de grootmoeder moederszijde,
procederend in persoon.
Belanghebbenden:
[Y],
[Z],
hierna samen aan te duiden als: de minderjarigen,
[A],hierna de moeder,
wonende in Aruba,
[B], hierna de vader van [Y],
wonende in de Dominicaanse Republiek,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,hierna: de ambtenaar, gemachtigde: mr. J.M.A.M. Ponsioen.

1.DE PROCEDURE

De procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift ingediend op 12 september 2016,
  • het advies van de ambtenaar, ingediend per fax op 24 november 2016,
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 13 december 2016, waaruit blijkt dat alleen verzoekster in persoon is verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder zijn in de Dominicaanse Republiek geboren: [Y] op [datum] 1999 en [Z] op [datum] 2004. [Y] is door de vader erkend.
2.2
Bij uitspraak van
El Tribunal de Niños, Niñas y Adolescentes del Distrito Judicial Sánchez Ramírez, (hierna: het buitenlandse vonnis) in de Dominicaanse Republiek van 22 april 2015, is verzoekster belast met de voogdij (
guarda)over [Y].

3.HET VERZOEK

Verzocht wordt het buitenlandse vonnis “te bekrachtigen zodat de DIMAS de aanvraag verblijfsvergunning kan verwerken.” Daartoe is gesteld dat het in het belang van de minderjarigen is dat voornoemde beslissing in Aruba wordt erkend, zodat verzoekster de verblijfsstatus van de minderjarigen kan regelen, het een en ander conform de vereisten van de DIMAS.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het gerecht begrijpt het verzoek aldus dat het strekt tot afgifte van een verklaring als bedoeld in artikel 1:26 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) ter zake van voornoemde uitspraak van 22 april 2015. Op grond van dit artikel kan het gerecht een verklaring voor recht afgeven dat een buiten Aruba gedane uitspraak overeenkomstig plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan, en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een register van de burgerlijke stand.
4.2
Voornoemde uitspraak van 22 april 2015 is echter naar zijn aard niet vatbaar voor opneming in een register van de burgerlijke stand, aangezien die registers geen informatie over voogdij of gezag over minderjarigen bevatten. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 14 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.